Wetenschap - 11 juli 1996

Intellectuele capaciteiten als bijprodukt van de evolutie

Intellectuele capaciteiten als bijprodukt van de evolutie

De third culture bestaat uit empirisch wetenschappers en denkers die hun wetenschappelijk werk aan een breed publiek uitleggen. Deze wetenschappers nemen de plaats in van de traditionele intellectuelen, bij het blootleggen van de diepere betekenis van het leven, opnieuw definierend wie en wat wij zijn. De eerste, pretentieuze alinea van John Brockmans The third culture, een fascinerend boek over de grenzen van de wetenschap en filosofie, in de vorm van een caleidoscoop aan meningen van vooraanstaand wetenschappers.


De huidige literatoren en filosofen voegen weinig substantieels toe aan onze gedachten over de oorsprong en zin van het leven, de aard van de mens en de natuur. Het zijn de harde wetenschappers die hun theorieen en ideeen vertalen in brede beschouwingen over de samenleving, de toekomst en het wezen van de mens. Amerikanen houden van boude uitspraken. Daarom moet deze bewering op de flaptekst van The third culture, beyond the scientific revolution van de Amerikaanse literair agent John Brockman misschien met enige korrels zout worden genomen.

Brockman, die uitgevers miljoenen uit de zak weet te kloppen voor manuscripten waarvan nog geen letter op papier staat, kent de literaire wereld als zijn broekzak. En hoewel hij de manuscripten van zijn clienten goed kan verkopen, is hij tot de conclusie gekomen dat de literatuur nergens meer over gaat: leuke verhalen, briljant taalgebruik, aardige plots, treffende beelden en introverte psycho-analytische beschouwingen... maar een aansprekende visie op de stand der dingen?

In zijn eigen boek componeerde Brockman essays - componeerde, want het zijn verslagen van gesprekken met vooraanstaande wetenschappers en theoretici op het gebied van de biologie, de neurologie, de computerkunde en de astronomie. Allen realiseren zich dat de stormachtige ontwikkelingen in de moleculaire biologie en de computerkunde het aanzien van de aarde zullen veranderen en al hebben veranderd. Allen realiseren zich dat de kennis van evolutie en genetica de mens van de troon van de schepping zal stoten, dat de kennis van de astronomie de aarde ook ideologisch uit het centrum van het heelal haalt. En daarover weet Brockman ze in zijn boek aan het praten te krijgen.

Genetica

Beta-wetenschappers treden met hun ideeen naar buiten. Ze maken zich zorgen over het niet onderkennen en soms zelfs ontkennen van de revolutionaire ontwikkelingen. Niet alleen in de Verenigde Staten. In Nederland kennen we nog de televisie-serie Niemand is gelijk van Paul Witteman waarin deze presentator, geregisseerd door de geneticus Galjaard, de geneticus Galjaard liet vertellen over de kennis van de menselijke genetica. Fantastische utopische vertellingen? Welnee, het screenen van embryo's op mogelijke aangeboren afwijkingen is allang standaardpraktijk en elk jaar komen er nieuwe invloedrijke toepassingen.

Brockman doet in zijn boek, waarvan de essays zich laten lezen als hoofdstukken van een roman, een poging het naar buiten treden van wetenschappers te duiden. Dat noemt hij de third culture, de derde stroming, een verwijzing naar een boek uit 1959 van C.P. Snow, getiteld The two cultures. Snow onderscheidde de literatoren en filosofen, die zich hoogmoedig intellectuelen noemden, van de wetenschappers. Lange tijd kwamen de intellectuelen ermee weg, meldt Brockman, omdat wetenschappers nauwelijks pogingen deden om hun ideeen te delen met een breder publiek. Als ze dat wel deden, werden die ideeen hooghartig genegeerd door de intellectuele avant garde en hun tijdschriften. Literaire, filosofische en ideologische stromingen schetsten wereldbeelden en maatschappijkritiek; wetenschappers zochten de anonimiteit van de eigen vaktijdschriften.

Snow verzuchtte in 1963 dat het tijd werd voor een nieuwe culturele stroming, een derde, die de kloof tussen wetenschappers en intellectuelen zou dichten. Die is er nog steeds niet. Wel is de literatuur steeds introspectiever geworden. De moderne schrijver heeft het over zichzelf en zijn verleden of ontwikkelt een bizarre, esthetische dan wel opmerkelijke eigen stijl die an sich maar de moeite waard moet zijn. Literatoren praten nog steeds niet met wetenschappers, maar wetenschappers richten zich wel in toegankelijk geschreven boeken direct tot het grote publiek, vertellen over onderzoeksresultaten, interpreteren die en schetsen mensbeelden en maatschappij-opvattingen.

Toeval

Een beroemde voorbeeld is de evolutiebioloog Stephen Jay Gould, die bundels prachtige opstellen produceert. Brockman doet in zijn boek verslag van een gesprek met Gould, die nadrukkelijk van mening is dat de evolutie absoluut ongericht is. Al wat er aan resultaat is uitgekomen, is per ongeluk, toeval. Als er geen meteoor was gevallen, hadden wellicht de dinosaurussen nog rondgewandeld en waren er nooit mensen geweest om de aarde te beschrijven. Evolutie is niet progressief. (..) Progressie is niet onvermijdelijk. Evolutie werkt meestal neerwaarts, zeker als het gaat om morfologische complexiteit. (..) We marcheren niet naar iets hogers en groters."

Zo zijn de grote menselijke hersenen niet ontstaan om te kunnen schrijven of rekenen. De hersenen waar homo sapiens zo trots op is, ziet Gould als produkt van de menselijke evolutie op de Afrikaanse savanne; dat we kunnen schrijven, rekenen, filosoferen is een bijprodukt. Hetgeen niet betekent dat dat onbelangrijk of betekenisloos is.

In het boek van Brockman figureert ook Richard Dawkins, auteur van The selfish gene en The blind watchmaker. Dawkins vindt dat de evolutie draait om het gen. Alles wat eromheen zit, lichamen dus, is ondergeschikt aan het streven van genen om te overleven. Het gen is het continuum. Het gen gaat over van generatie naar generatie." Gould en Dawkins zijn het dermate oneens dat ze niet eens de bereidheid toonden om elkaars essays te bekritiseren. Aan het eind van elk van de 23 essays geven anderen in boek opgenomen auteurs commentaar.

The third culture gaat niet alleen over evolutie. Marv Minsky legt uit dat het mogelijk moet zijn dat computers zichzelf gaan programmeren. De astronoom Martin Rees legt uit hoe hij de aard van het heelal tracht te doorgronden en vertelt over zijn angst dat astrofysici tijdens een experiment wel eens per ongeluk het heelal zouden kunnen vernietigen.

Zo geeft het boek een interessante en verhelderende opsomming van inzichten die ontstaan zijn op de grenzen van wetenschapsgebieden. Het aardige is dat alle opgenomen auteurs ook zelf toegankelijke boeken hebben geschreven. The third culture laat zich daarom lezen als een inleiding, een prospectus van diepgravender werk.

The third culture, beyond the scientific revolution. John Brockman. Simon & Schuster, 1995. ISBN 0-684-80359-3; ongeveer zestig gulden. 413 pagina's.

Re:ageer