Student - 8 februari 2017

Bussemaker trots op leenstelsel

tekst:
Hoger Onderwijs Persbureau
2

Jet Bussemaker wil niet koste wat kost opnieuw minister van Onderwijs worden. Ze kijkt tevreden terug en hoopt dat het volgende kabinet haar erfenis niet verkwanselt. ‘Als je de basisbeurs weer invoert, moeten alle investeringen worden teruggedraaid.’

Foto: Heukers Media / Shutterstock

Het zit er bijna op voor Jet Bussemaker. Al vierenhalf jaar is ze minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor de PvdA en nu komen de verkiezingen eraan. De grote vraag is wat er na de verkiezingen gaat gebeuren met haar beleid, en dan vooral met het leenstelsel – het ‘studievoorschot’ – dat Bussemaker heeft doorgevoerd. Nieuwe studenten krijgen geen basisbeurs meer, zodat de overheid honderden miljoenen overhoudt om in het hoger onderwijs te investeren. ‘Het is de grootste hervorming in de studiefinanciering van de afgelopen dertig jaar’, zegt Bussemaker trots.

Sommige partijen, zoals het CDA en de SP, willen na de verkiezingen de basisbeurs weer invoeren. Daar heeft Bussemaker geen goed woord voor over. ‘Ik kan me niet voorstellen dat het CDA dat echt gaat doen. Dan moeten alle investeringen weer worden teruggedraaid of de ov-studentenkaart is niet meer veilig. En de SP heeft altijd grote woorden, maar vier jaar geleden wilde die partij zomaar 800 miljoen euro op onderwijs bezuinigen. Lijkt me ook geen goed idee.’

Bussemaker sluit haar ogen niet voor de scherpe randjes van haar beleid, bezweert ze. ‘Je mag me aanspreken op de gevolgen voor gehandicapte studenten of jongeren van wie de ouders niet hebben gestudeerd. Er gaan komend jaar weer meer jongeren studeren en dat is positief, maar we blijven in de gaten houden hoe het met deze groepen studenten gaat.’

Misleid
Bussemaker zou willen dat de ‘propagandapraatjes’ nu ophouden. ‘Bij de discussie over het studievoorschot zijn er heel grote woorden gebruikt over waar het allemaal toe zou leiden. Ik ben een keer mbo’ers tegengekomen die met SP-jongeren op stap waren. Ze hadden allemaal begrepen dat hun basisbeurs óók zou verdwijnen. Hadden ze het niet goed begrepen of waren ze bewust misleid?’

Het gaat nu niet meer om politiek, vindt ze. ‘Het gaat erom dat we studenten goed voorlichten. En daar valt nog wel iets te verbeteren. We hebben vloggers ingehuurd, advertenties geplaatst, brieven gestuurd, Skype-bijeenkomsten gehouden. Toch blijkt het erg moeilijk om alle jongeren bereiken. Sommigen denken nog altijd dat je vroeger niets hoefde te lenen en nu alles. Toch zonde als ze daardoor niet durven te studeren.’

Het gaat erom dat we studenten goed voorlichten. En daar valt nog wel iets te verbeteren.

Dat is het gevaar van de holle retoriek van haar tegenstanders, suggereert de minister. Zelf gebruikt ze echter ook een retorische truc. Ze spreekt altijd over een miljard euro dat dankzij het leenstelsel beschikbaar komt, ook al is dat in slechts één jaar het geval, en dan nog alleen als je een onzekere bezuiniging van 200 miljoen euro op de reiskosten van studenten meetelt. Maar dat vindt Bussemaker iets heel anders. ‘Ik kies mijn woorden zorgvuldig. Het is een bedrag oplopend tot een miljard euro. We gaan ervan uit dat we die 200 miljoen op de ov-studentenkaart kunnen besparen. Dat hoort er gewoon bij.’

Technische universiteiten
Als Bussemaker niet verwacht dat de basisbeurs een comeback maakt na 15 maart, wat staat er volgens haar dan op het spel voor het hoger onderwijs? ‘De belangrijkste keuze is of je wilt investeren of niet. Gaat de ov-studentenkaart verdwijnen? Komt er toch weer een langstudeerboete? Collegegeldverhogingen heb ik nog niet langs zien komen, maar ik sluit niet uit dat er partijen zijn die dat willen.’

En niet onbelangrijk: hoe kijken de partijen tegen het hoger onderwijs aan? ‘Er zijn partijen die een opleiding vooral zien als opstapje naar de arbeidsmarkt. CDA en VVD willen strenger kijken of studies wel opleiden tot werk, en ze willen geld verschuiven naar technische universiteiten, want dat is goed voor de economie. Maar kleine talenstudies moeten we bijvoorbeeld ook beschermen. Ik vind wel dat kleine opleidingen meer moeten samenwerken, maar ze moeten er wel zijn. Denk aan Arabisch. We hebben mensen nodig die de taal van het Midden-Oosten spreken. Of denk aan ebola in Afrika: we hebben antropologen nodig die begrijpen hoe je de verspreiding kunt tegengaan. Ik vind het fantastisch als Delftse studenten weer iets moois hebben uitgevonden, maar in het hoger onderwijs mag het niet alleen daarom draaien.’

Ik vind het fantastisch als Delftse studenten weer iets moois hebben uitgevonden, maar in het hoger onderwijs mag het niet alleen daarom draaien.

De manier waarop universiteiten en hogescholen in de toekomst hun financiering krijgen, staat ook op het spel. Moeten ze aan harde kwaliteitseisen voldoen? Verliezen ze geld als ze tekortschieten? Zo ging het de afgelopen jaren met de ‘prestatieafspraken’. Zes hogescholen moesten een deel van hun bekostiging inleveren omdat te weinig studenten hun diploma behaalden. Het volgende kabinet zal bepalen hoe het doorgaat. ‘Misschien kun je beter een bonus in het vooruitzicht stellen dan een malus’, overweegt Bussemaker. ‘Die prestatieafspraken kwamen niet van mij, hè? Die heeft mijn voorganger gemaakt.’ Dat was VVD-staatssecretaris Halbe Zijlstra.

Opnieuw minister
Op de vraag of ze in het volgende kabinet opnieuw minister van Onderwijs wil worden, verwijst Bussemaker naar de peilingen van de PvdA. ‘Ik denk dat de kans vrij klein is. Je moet realistisch zijn. En het hangt ook van het regeerakkoord af dat er straks ligt. Ik ga niet in een kabinet zitten dat de wetenschap in de uitverkoop zet en naar het ministerie van Economische Zaken overhevelt.’

Maar hoe zit het dan met de Nationale Wetenschapsagenda die Bussemaker heeft gelanceerd? Die moet toch ook zorgen voor een verschuiving van fundamentele naar toegepaste wetenschap? Duizenden vragen van burgers, bedrijfsleven en instellingen zijn teruggebracht tot enkele ‘routes’. ‘Het goede is juist dat we fundamentele wetenschap verbinden met toegepast onderzoek’, antwoordt de minister. ‘Met deze agenda benadrukken we de waarde van ongebonden wetenschap. Wetenschap heeft een intrinsieke waarde. Sommige ideeën kunnen van maatschappelijk nut zijn, maar veel uitvindingen zijn helemaal niet tot stand gekomen doordat mensen ernaar op zoek waren.’

Er moet in de volgende regeerperiode wel geld bij, aldus de minister. ‘Iedereen erkent dat Nederland weinig andere grondstoffen meer heeft dan kennis. Alles ligt nu klaar om heel fors te investeren. We staan er hartstikke goed voor.’

Re:acties 2

  • Chr. Maas Geesteranus

    Als het nu zo was dat je als afgestudeerde, net zoals vroeger, vrijwel meteen een baan hebt en de rest van je leven gebeiteld zit met dat vaste, goed betaalde, werk, dan zou er misschien nog iets te zeggen zijn voor dat leenstelsel.
    Maar nu: een gruwel voor iedereen die noch de ouders heeft die dat kunnen betalen en/of lang naar werk moet zoeken waar je na een jaar of zo er weer wordt uitgegooid. Het is maar goed dat er een stemwijzer is.

    Reageer
  • Gerard

    Met een schuld je werkzame leven beginnen, heerlijk. Op naar het Amerikaanse model waar schuldenvrij studeren alleen voor de rijken is. Zie de basisbeurs als een investering in de samenleving in plaats van een kostenpost. Als Nederland een kenniseconomie wil, is mensen straffen om te studeren wel erg krom. Zorg dat onderwijs, op elk niveau, toegankelijk is voor iedereen.

    Ik ken trouwens niemand die in het onderwijs werkt die het beleid van Bussemaker steunt, u wel?

    Iedere kleuterjuf een MSc! Wel even zelf aftikken.

    Reageer

Re:ageer