Student - 24 juli 2017

Blog: Niet-lineariteit van de wetenschap

tekst:
Carina Nieuwenweg
2

Als kind had Carina het idee dat men in de grote mensen wereld ‘alles’ wel weet. Dat idee brokkelt langzaam af naarmate je ouder wordt. Maar ook als student en onderzoeker in spé merkt Carina dat bepaalde ideeën over het concept wetenschap langzaam afbrokkelen. De lineariteit van wetenschap is daar één van.

Als je jong bent lijkt de wereld vrij simpel in elkaar te steken. Geld komt uit de muur, in een oorlog is het evident wie ‘goed’ en ‘slecht’ is en de wetenschap weet alles. Langzaam maar zeker kom je erachter dat het toch ietsje ingewikkelder ligt. Zo kwam de negenjarige-ik erachter dat wetenschappers niet wisten hoe je bij bepaalde papegaaiensoorten mannetjes en vrouwtjes uit elkaar kon houden. Ik was flabbergasted. Hoe kon het dat we ‘iets’ niet wisten? En dan nog zoiets simpels. Dat dat vroeger bij mijn ouders misschien het geval was kon ik me nog voorstellen. Zij waren met het passeren van de dertig in de optiek van negenjarige-ik immers al best wel oud. Schijnt dat ze toen ook geen computer hadden thuis. Maar dat we anno 2000 nog steeds niet alles wisten? Onvoorstelbaar.

Zo langzamerhand wordt je als student steeds bewuster van een tweede bubbel. Na de onthutsende ontdekking dat we ook in de grote mensenwereld  niet alles weten, was er het geruststellende idee dat we in ieder geval blijven voortborduren op eerdere ontdekkingen. De wetenschap als een steeds groter wordende bloemkool. Het idee dat we de wereld en al haar facetten steeds beter begrijpen blijkt niets meer dan een tweede bubbel. We begrijpen vooral steeds meer wat we allemaal nog niet weten. Elke ontdekking die we doen lijkt een deur te openen naar meer gesloten deuren en ons soms zelfs een paar stapjes terug laat doen.

Wat te denken van een onderzoek uit 2016 waarbij een aantal kerngezonde individuen gepresenteerd werden die genetische afwijkingen hadden en in theorie eigenlijk niet ‘levensvatbaar’ zouden moeten zijn of in ieder geval ernstig ziek? Het laat zien dat de werkelijkheid toch iets minder simpel in elkaar zit dan onze ‘Mendeliaanse’ visie op genetica. Of het feit dat we nog steeds niet in staat zijn het ‘ontstaan’ van leven na te bootsen. Een simpel eiwit laten ontstaan leek even voor een doorbraak te zorgen. Maar een enkel eiwit maakt nog geen levende cel. Computermodellen laten zien dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat het toevallig bij elkaar komen van de juiste componenten ook daadwerkelijk voor leven heeft gezorgd.

U vraagt, wij draaien
Maar de tweede bubbel gaat verder dan dat. Niet alleen is wetenschap een niet-lineair proces van vallen-en-opstaan. Maar ook een proces van 'u vraagt, wij draaien'. Logisch. De voor de maatschappij meest relevante vraagstukken worden gesubsidieerd en mindere relevante vraagstukken niet. Een kwestie van prioriteiten stellen. Maar wat relevant wordt geacht is ook een kwestie van subjectiviteit. De wetenschap kan nog zo ‘feitelijk’ zijn in haar onderzoek, het probleem van het niet accepteren van wetenschappelijke autoriteit ligt niet enkel en alleen bij de naïeve 'Henk en Ingrid’. Soms is het niet de objectiviteit van de wetenschap waar men aan twijfelt, maar slechts de afwezigheid van antwoorden op bepaalde vragen. Men wil niet meer weten of bepaalde voeding toxisch bevonden is voor een gemiddelde blanke man van 80 kilo. De focus ligt nu meer op het individu en individuele verschillen. Dat de gemiddelde huisarts de anti-gluten-hype afdoet als onzin lijkt haaks te staan op onderzoek van een Australische universiteit dat aantoonde dat het schrappen van bepaalde voedingsmiddelen bij 75% van mensen met darmklachten tot klachtvermindering leidt. En gluten blijkt één van die voedingsmiddelen te zijn. Dergelijk onderzoek zegt niet dat gluten des duivels zijn. Het zegt enkel dat voor sommige (met nadruk op sommige) individuen het misschien beter is om bepaalde voedingsmiddelen te laten staan.

Ergens is dat ook wel beangstigend. Waar wij als wetenschappers enthousiast zijn over technologieën zoals CRISPR-Cas9 waarmee we heel gericht genetische modificaties kunnen aanbrengen, kan het maar zo zijn dat de gemiddelde ‘Henk en Ingrid’ de technologie niet accepteren. Hoe goed ons onderzoek dan ook is. Wat dat betreft lijkt wetenschap af en toe net op politiek. Misschien dat de uitspraak van Martin Bell van BBC over journalistiek ook opgaat voor de wetenschap: objectief maar niet neutraal.

Re:acties 2

  • Gerben

    Ik vraag me af in hoeverre de hoeveelheid wetenschapsdomeinen de afgelopen jaren is toegenomen/afgenomen; en of dit gelijk opgaat met de hoeveelheid wetenschappers. Ergo - zijn er hoeken van de wetenschap die langzaam doodbloeden en komt dat doordat de waarneembare relevantie maatschappelijk veranderd? (Als het daarentegen een verlies van wetenschappelijke relevantie betreft lijkt me dat een stuk minder pijnlijk; i.e. achterhaalde onderzoeksgebieden) Of hebben we te een tekort aan wetenschappers om de uitdijende overvloed aan expertises te kunnen blijven onderzoeken? En parallel daaraan, in hoeverre zijn mondiale wetenschapsinvesteringen nog even toerijkend als vroeger?

    Reageer
  • Gerben

    Ik vraag me af in hoeverre de hoeveelheid wetenschapsdomeinen de afgelopen jaren is toegenomen/afgenomen; en of dit gelijk opgaat met de hoeveelheid wetenschappers. Ergo - zijn er hoeken van de wetenschap die langzaam doodbloeden en komt dat doordat de waarneembare relevantie maatschappelijk veranderd? (Als het daarentegen een verlies van wetenschappelijke relevantie betreft lijkt me dat een stuk minder pijnlijk; i.e. achterhaalde onderzoeksgebieden) Of hebben we te een tekort aan wetenschappers om de uitdijende overvloed aan expertises te kunnen blijven onderzoeken? En parallel daaraan, in hoeverre zijn mondiale wetenschapsinvesteringen nog even toerijkend als vroeger?

    Reageer

Re:ageer