Student - 30 juni 2016

Wieleravontuur in Congo

tekst:
Didi de Vries

Een student Plantwetenschappen uit Wageningen die de Tour de Congo wint? Het kan, bewees Niels van der Pijl eerder deze maand. Ondanks de beestjes in de hotelbedden had hij het niet willen missen. ‘In alle dorpen stonden mensen langs de weg.’

Foto: Kees Koks. Niels van de Pijl in het geel op het erepodium van de Tour de Congo.

De kamer van Niels van der Pijl lijkt wel een wielershowroom. Aan de muur hangen diverse wielen en een set glimmende spaken. Verspreid over de vloer staan maar liefst vier racefietsen. De masterstudent Plant sciences fietst op hoog niveau. Hij heeft een topsportersregeling bij Wageningen UR en werd in maart door Thymos benoemd tot sportman van 2016.

Niels is een aanvaller. ‘Ik wil tijdens een rit op kop rijden. Vaak heeft dat geen zin, omdat het peloton je uiteindelijk toch weer inhaalt. Maar het is mooi als het toch lukt.’ Dat gebeurde op 8 juni tijdens de tweede etappe van de Tour de la République Démocratique du Congo. Hij veroverde de gele trui en raakte hem in de vier ritten erna niet meer kwijt.

Hoe kijk je terug op de Tour de Congo?

‘De organisatie was heel slecht. De eerste rit werd uitgesteld omdat de president niet kwam opdagen. Drie etappes gingen niet door omdat er geen vliegtuig was om onze fietsen naar de volgende startplaats te brengen. Na de eerste paar dagen werd de koersdirecteur op non-actief gezet, omdat we in vijf dagen nog maar één keer hadden gefietst. Hij werd zelfs opgepakt, maar dat was meer voor de show. Waarschijnlijk is hij volgend jaar gewoon weer koersdirecteur.’

Tussen alle fietsen en wielen in Niels’ studentenkamer prijken nu drie enorme Congolese bekers. Foto: Didi de Vries
Tussen alle fietsen en wielen in Niels’ studentenkamer prijken nu drie enorme Congolese bekers. Foto: Didi de Vries

Wist je waar je aan begon?

‘Ik wist dat niet alles volgens plan zou gaan verlopen. Ik had de verhalen van vorig jaar gehoord. Wielrenners wachtten toen een hele nacht op een hotelkamer. Om 6 uur in de ochtend kregen ze een kamer, terwijl ze om 9 uur klaar moesten staan bij de start. Toch ben ik in alle mooie beloftes van de organisatie getuind en ben ik meegegaan.’

Hoe waren de omstandigheden tijdens de etappes?

‘We hebben alleen op de geasfalteerde hoofdwegen gefietst. We moesten wel uitkijken voor de betonnen drempels als we een dorp binnenreden en er waren afvoergoten aan de rand van de weg voor regenwater. Congo heeft een regenperiode van negen maanden, maar we hebben tijdens het fietsen gelukkig geen regen gehad. We sliepen in hotels. In één hotel was geen water, dus konden we niet douchen of naar de wc. En het bed was niks. Dat zat vol beestjes, dus legde ik er een handdoek op in de hoop dat ik de volgende dag gezond wakker zou worden. Dat is niet fijn, maar je kunt er niks aan doen. Er was in dat gebied maar één hotel.’

Hoe was de sfeer?

‘Fantastisch. In alle dorpen stonden enthousiaste mensen langs de weg. Ze klapten voor iedereen, tot de laatste wielrenner die langsreed aan toe. Jammer genoeg had ik met de lokale inwoners niet veel contact. Zij spraken drie woorden Engels en ik drie woorden Frans, dus na zes woorden waren we uitgepraat. Er was wel een Congolese vertaler die Nederlands sprak. Op die manier konden we toch met de Congolese wielrenners praten.’

Wat is je mooiste herinnering?

‘Het eerste criterium in Kisangali. Het was een rondje van drie kilometer dat niet meetelde voor het klassement. We reden met het hele peloton door een mensenmassa heen. Het is vergelijkbaar met het rondje om de kerk in Nederland, maar dan staan er alleen aan het eind twee rijen mensen. In Kisangali stond het drie kilometer lang vol met mensen en iedereen schreeuwde. Als er een Congolees in de aanval ging, explodeerde de hele straat.’

De renners staan klaar voor de eerste etappe. Foto: Cyclisme de la RDC

Zijn er verschillen tussen de Nederlandse en de Congolese wielrenners?

‘De Congolezen trainen niet voor de Tour, want ze kunnen geen fiets betalen. Als er een lokale wedstrijd is, doen ze mee op een oude fiets. Voor de Tour krijgen ze een fiets, maar daarrna moeten ze die weer inleveren. Ze maken dus weinig kans om te winnen, maar volgens mij vinden ze het evengoed geweldig om mee te doen. Ze kwamen soms tijdens de prijsuitreiking tien minuten later juichend over de streep. Het publiek was dan nog steeds enthousiast en trots.’

Zou je nog eens meedoen?

‘Ik had het niet willen missen, maar ik hoef niet nog eens naar Congo. Aan de Tour van Burkina Faso zou ik wel graag meedoen, want die is veel beter georganiseerd. Dan moet ik wel weer eerst uitgekozen worden door een Nederlandse ploegleider.’

Wat is je eerstvolgende fietsavontuur?

‘Ik ga met vier vrienden naar de Noordkaap fietsen. We nemen een busje mee voor alle bagage en elke dag ruilen we van bestuurder. Onderweg kamperen we. We starten in Utrecht en gaan 4300 kilometer in 35 dagen afleggen. Met twee geplande rustdagen is dat 130 kilometer per dag. Dat moet je comfortabel elke dag kunnen fietsen. Alleen tegen de regen zie ik op, maar als het echt slecht weer is kunnen we onderweg in hutjes slapen.’


24-Congo.jpg

Via de Facebook-pagina De Noordkapers kan je Niels van der Pijl volgen op zijn reis naar de Noordkaap. Als je op 2 juli om 10 uur met je fiets onder de Dom in Utrecht staat, kan je de eerste etappe meefietsen.


Re:ageer