Wetenschap - 11 maart 2016

Leren over groente doet nog niet eten

tekst:
Didi de Vries

Basisschoolkinderen die les krijgen over gezonde voeding begrijpen beter wat gezond eten is. Voordat ze daadwerkelijk meer groente gaan eten, is echter een intensief programma nodig dat verder reikt dan de schoolbanken.

Foto: Erik de Redelijkheid

Dit stelt Marieke Battjes-Fries in haar proefschrift dat ze vandaag verdedigt.

Battjes-Fries onderzocht het effect van het lesprogramma Smaaklessen. Dit omvat vijf lessen over thema’s als smaakontwikkeling, gezond eten of voedselproductie. In drie kwartier krijgen kinderen een introductie, activiteit en afsluitend groepsgesprek. Ze leren bijvoorbeeld over biologische landbouw en proeven een biologische en niet-biologische appel. Het lesprogramma Smaaklessen is ontwikkeld door het Voedingscentrum en Wageningen University.

Battjes-Fries volgde 1010 kinderen uit groepen 6 en 7 van 34 Gelderse basisscholen. De scholen werden verdeeld in twee interventiegroepen en één controlegroep. Op 11 scholen werd Smaaklessen gegeven. Op evenzoveel scholen werden deze aangevuld met praktijkervaringen, zoals tuinieren en boodschappen doen. De overige 12 scholen behoorden tot de controlegroep en gaven geen Smaaklessen. Bij aanvang en na afloop van het schooljaar vulden kinderen een enquête in over hun groentekennis en -consumptie. Er werd bijvoorbeeld gevraagd of het leuk is om onbekende groente te proeven.

Kinderen uit beide interventiegroepen bleken na afloop meer te weten over voeding en gezond eten.

Ook de angst onbekend eten te proeven – voedselneofobie in vaktermen – werd onderzocht; In een aanvullend experiment vroeg Battjes-Fries de kinderen bekende en onbekende groenten te proeven.

Kinderen uit beide interventiegroepen bleken na afloop meer te weten over voeding en gezond eten. De extra praktijklessen van de tweede interventiegroep verhoogden het kennisniveau verder. Echter, het aanvullende experiment liet zien dat kinderen na Smaaklessen evenveel groente aten als daarvoor. Ze passen de kennis dus nog niet toe in de praktijk.

 ‘Eten is integraal in ons leven, we doen het elke dag’, zegt Battjes-Fries hierover. ‘Om het eetpatroon van kinderen te veranderen, moet je de hele omgeving van het kind meenemen. Dat bereik je niet met een lesprogramma van 5 uur.’ Een uitgebreider pakket is daarvoor nodig, concludeert de promovenda, waarin ouders en sociale omgeving van het kind zijn opgenomen.


Re:ageer