Organisatie - 3 juli 2017

Wat gebeurt er met het onderwijsgeld?

tekst:
Albert Sikkema

Tiny van Boekel, directeur van het onderwijsinstituut (OWI), gaat met een commissie inventariseren wat leerstoelgroepen hebben gedaan met het extra onderwijsgeld dat ze hebben gekregen. De afgelopen zes jaar hebben ze 18 miljoen euro extra voor onderwijs ontvangen.

©Guy Ackermans

Het onderzoek moet uitsluitsel geven of de Wageningse leerstoelgroepen de onderwijsvraag aankunnen met het beschikbare budget en zo nee, waarom niet. Het team-Van Boekel gaat de komende maanden met tien leerstoelhouders praten. Hij hoopt na de zomervakantie met conclusies te komen.

Meer geld
De leerstoelgroepen hebben de afgelopen jaren meer geld gekregen voor onderwijs. In studiejaar 2009-2010 besteedde de universiteit nog 46 miljoen euro aan onderwijs via het zogeheten Brascamp-model, waarin de onderwijsbelasting van docenten en ondersteunend personeel minutieus wordt vertaald in geld. In studiejaar 2012-2013 was dit bedrag opgelopen naar 53 miljoen, in 2015-2016 was het 64 miljoen. Alle leerstoelgroepen bij elkaar hebben dus in zes jaar tijd 18 miljoen euro meer ontvangen voor onderwijs, ofwel 3 miljoen extra per jaar. De vraag is hoe de leerstoelgroepen die extra inkomsten gebruiken.

Jaar later
De groei van het onderwijsbudget is onregelmatig, aangezien de groei van het studentenaantal en onderwijsbelasting ook wisselt. Bovendien loopt het budget een jaar uit de pas met de onderwijsbelasting. Zo wordt de berekende onderwijsinzet van de docenten in studiejaar 2015-2016 pas in het kalenderjaar 2017 uitgekeerd aan de leerstoelgroepen. Door deze systematiek ontvangen de leerstoelgroepen de berekende onderwijsmiddelen pas een jaar later.

Werkdruk
Omdat er in dit studiejaar meer onderwijs wordt verzorgd dat in het voorgaande jaar, mede vanwege de grotere instroom van bachelor- en masterstudenten, verklaart dit mogelijk de vele signalen van te hoge werkdruk in het Wageningse onderwijs op dit moment. De leerstoelgroepen krijgen dit studiejaar zo’n 64 miljoen voor onderwijs, terwijl ze qua onderwijsbelasting eigenlijk zo’n vijf miljoen meer hadden moeten krijgen. Die extra middelen ontvangen ze een jaar later. De raad van bestuur financiert deze extra onderwijsuitgaven voor, want de universiteit krijgt de Rijksbijdrage voor het aantal studenten en aantal behaalde diploma’s met een vertraging van twee jaar.


Re:ageer