Organisatie - 21 juli 2017

JIJ op de campus - genieten in de werkplaats

tekst:
Didi de Vries

De campus is een stuk leger in de zomer, maar niet al het werk ligt stil. Verscholen in een hoekje op de parkeerplaats van Unifarm huist een van de creatiefste plekken van de campus: machinewerkplaats Tupola.

© Didi de Vries

Bij Tupola bouwen ze unieke apparatuur en opstellingen voor wetenschappelijk onderzoek en onderwijs. Het is de perfecte werkplek voor Eltje Groendijk, instrumentmaker bij Tupola. Hij werkt er al sinds 1997 en in de loop der jaren is er een hoop veranderd. Twintig jaar geleden was de werkplaats nog onderdeel van Dienst Landbouwkunding Onderzoek (DLO). Inmiddels is het een zelfstandig bedrijf dat vooral opdrachten van de universiteit doet, maar ook voor andere opdrachtgevers klust. ‘Elke klus is welkom, we moeten zelf de broek ophouden’, zegt Groendijk.

Ondanks alle verandering werkt Groendijk nog steeds graag in de werkplaats: ‘De variatie van werk is heel leuk. De ene klant komt met een krabbeltje en een vaag idee. De ander weet precies wat ze wil. Je denkt mee, maakt een tekening en uiteindelijk heb je een kant en klaar product waar de klant mee verder kan. In grote fabrieken ben je draaier, frezer of lasser. Hier doe je alle disciplines voor elk materiaal, of het nu hout of metaal is. Dit soort plekken kom je niet meer zoveel tegen.’

Ik heb ooit een quad gebouwd voor mijn kinderen
Eltje Groendijk

Voor Groendijk is het geen straf om te wonen in een dienstwoning naast de campus. ‘Ik wandel hierheen en ben zo weer thuis. Files ken ik niet’, zegt hij. Toen hij in 1997 in Wageningen kwam, stonden er twee bungalowtjes en een werplaats op de parkeerplaats tussen Radix en Unifarm. ‘Daar kon je in het weekend en ‘s avonds ook hobbyen. Met slecht weer was ik er vaak met de kinderen. Zo heb ik ooit een quad gebouwd voor ze. Daar zit het oude brommerblokje van de Puch Maxi van mijn vrouw in. Het was een gouden tijd, maar nu mag dat allemaal niet meer.’

Het weerhoudt de instrumentmaker er niet van thuis te sleutelen aan zijn motor, hoewel hij niet meer zo vaak een rondje rijdt. ‘Toen we hier kwamen, reed ik elke week. Je had van die fijne dijkweggetjes. Dat was heerlijk stuurwerk in een mooie omgeving. Inmiddels is het een en al snelheidsbeperking en drempeltjes bij de vleet. De mooiste plekjes gooien ze een drempel op. Daar heb ik de buik van vol. Op snelheid controleren doen ze ook nogal eens en ik mag graag een beetje doorrijden.’


Re:ageer