Organisatie - 31 augustus 2017

Landbouwmissie in Afghanistan

tekst:
Alexandra Branderhorst

Wageningen University & Research helpt sinds 2009 bij de opbouw van het praktijkgerichte landbouwonderwijs in Afghanistan. Resource bezocht het project in Kabul. ‘Sommige onderwerpen zijn te gevoelig om in de klas te bespreken, zoals illegale houtkap of gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen.’

Leerlingen krijgen praktijkles in een van de kassen op het terrein.

tekst en foto’s Alexandra Branderhorst

Tijdens de drukke ochtendspits van Kabul wordt Hans van Otterloo in een gepantserde Toyota naar zijn werkplek gebracht. Op een zandweg die zich tegen een berghelling opslingert, stopt de auto bij een stalen poort. Eerst haalt een bewaker een spiegel aan een stok onder de Toyota door om te checken of er geen bom onder zit. Daarna mag de auto het met muren en prikkeldraad omheinde terrein van het National Agricultural Educational College (NAEC) oprijden.

Het risico op aanslagen in Kabul maakt beveiliging noodzakelijk. ‘We zijn als onderwijsproject geen doelwit van de Taliban en dat soort groepen, maar het is nu eenmaal een gewelddadig land’, verklaart ontwikkelingseconoom en projectleider Hans van Otterloo. Het Wageningen Centre for Development Innovation (CDI) schakelde hem in 2011 in om de plannen voor landbouwonderwijs in Afghanistan handen en voeten te geven. Nederland nam in 2009 de opzet en ontwikkeling van het agrarische beroepsonderwijs in het door oorlog geteisterde land voor haar rekening. WUR – en meer specifiek het CDI – is van meet af aan verantwoordelijk voor de uitvoering.

Projectleider Hans van Otterloo in zijn kantoor.
Projectleider Hans van Otterloo in zijn kantoor.

Risico’s inschatten

‘In de 6,5 jaar dat ik hier werk, is de veiligheidssituatie verslechterd. Veel donoren en hulporganisaties hebben zich teruggetrokken’, aldus Van Otterloo. Voor de inwoners van Kabul gaat het leven echter gewoon door. ‘Wanneer je hier woont is de dagelijkse situatie minder bedreigend dan van een afstand bezien. Maar je kunt op het verkeerde moment op de verkeerde plek zijn. Je bent voortdurend risico’s aan het inschatten.’ Sinds een zware bomaanslag bij de Duitse ambassade in mei werkt Van Otterloo veel vanuit Dubai. Hij minimaliseert de risico’s door slechts korte periodes in Afghanistan door te brengen. ‘Dan spreek ik zoveel mogelijk mensen. De rapportages zelf maak ik als ik weer weg ben.’

Zelfs internet

Begin 2012 opende NAEC, een tweejarige agrarische lerarenopleiding op hbo-niveau, de deuren. De Afghaanse directie en verscheidene docenten hebben een opleiding in Nederland gehad. Het nieuwe gebouw is ruim genoeg voor de bijna vijfhonderd studenten die NAEC nu telt en heeft een moderne bibliotheek waar zelfs internet is. Veel van de studenten maken daar voor het eerst kennis met computers.

De ongeveer 15 procent vrouwelijke studenten komen grotendeels uit Kabul, de meeste mannelijke studenten komen uit de provincies en verblijven in de studentenflats bij de school. Op het grote terrein bevindt zich ook de schoolboerderij. Tegen de berghelling op liggen de akkers en staan rozen- en druivenstruiken, abrikozen-, appel- en amandelbomen, twee met plastic overdekte kassen, een visvijver, kippenhok en runderstal. Daar leren de studenten de praktijkvaardigheden die ze kunnen doorgeven aan hun leerlingen als ze straks lesgeven aan een van de 180 Agricultural High Schools – vergelijkbaar met het Nederlandse mbo – in heel Afghanistan.

Het gebouw van het National Agricultural Educational College (NAEC) in Kabul.
Het gebouw van het National Agricultural Educational College (NAEC) in Kabul.

Grond bemesten

Inmiddels zijn er 653 mensen afgestudeerd van NAEC (zie grafiek), waaronder Rahimuldin Amini. Met zijn NAEC-diploma op zak werd hij in 2014 docent plantkunde, boerderijmanagement en zoölogie aan de Dakoo Agricultural High School in zijn thuisprovincie Jawzjan. ‘De docenten hier zagen dat ik nieuwe lesmethoden gebruikte en raakten enthousiast. Ze gaven op de traditionele manier les, gericht op theoretische kennisoverdracht. De studenten mochten geen vragen stellen’, vertelt Amini. Hij leerde zijn collega’s manieren om studenten bij de les te betrekken en ook gewassen planten en fruitbomen snoeien en enten. ‘Deze vaardigheden bieden we nu aan in praktijklessen. Ook gebruiken we beeldmateriaal en video’s van NAEC. De studenten zijn nu heel betrokken.’

Amini gebruikt de kennis ook op zijn eigen boerderij. Hij verbouwt onder meer aubergines, tomaten en okrabonen. ‘In mijn district is het gebruikelijk om dierlijke uitwerpselen te verbranden, maar ik heb bij NAEC geleerd om de mest te mengen met compost. Sinds ik de grond hiermee bemest, brengt mijn land veel meer op.’ Hij deelde de techniek met zijn broers en buren. ‘Nu gebruiken alle boeren in de nabije omgeving deze methode.’

Te gevoelig

Matilda Rizopulos van het CDI heeft NAEC en het Afghaanse ministerie van Beroepsonderwijs de afgelopen vier jaar geholpen om praktijkgericht lesmateriaal te ontwikkelen voor de Agricultural High Schools. De docenten gebruikten namelijk nog lesboeken van vóór de Russische inval in 1979. ‘Door onze kennis, ervaringen en ideeën te combineren ontstond er iets nieuws. Het was echt leren door het te doen’, aldus Rizopulos.

Soms bleek de realiteit anders dan verwacht. Sommige praktijkoefeningen namen bijvoorbeeld meer tijd in beslag dan gepland. En bepaalde onderwerpen lagen te gevoelig om in de klas te bespreken. ‘Zoals illegale houtkap of belangentegenstellingen in landgebruik tussen nomadische veehouders en gevestigde akkerbouwers. Of gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen. Verder moesten we alternatieven zoeken voor foto’s in de tekstboeken waar vrouwen op stonden.’

Het ontwikkelde materiaal werd eerst getest op tien Agricultural High Schools en wordt nu in heel Afghanistan ingevoerd. De leerkrachten van alle High Schools krijgen sinds dit jaar trainingen bij NAEC om met het interactieve, praktijkgerichte materiaal om te gaan. Rizopulos heeft NAEC bezocht en is onder de indruk. ‘Het is geweldig om je te realiseren dat dit project op nationaal niveau een grote verandering teweegbrengt in het agrarische beroepsonderwijs.’

Ongeveer 15 procent van de studenten aan NAEC is vrouw.
Ongeveer 15 procent van de studenten aan NAEC is vrouw.

Onzekere toekomst

Uit onafhankelijke evaluaties blijkt dat de nieuwe lesstof en onderwijsvormen aanslaan in Afghanistan. Ook de Afghaanse overheid erkent het belang van het project. ‘NAEC en het team eromheen verrichten fantastisch werk’, verklaart de Afghaanse staatssecretaris van Beroepsonderwijs Rahil Mohammed Formuly. ‘We zijn een agrarisch land. Beter landbouwonderwijs helpt ons bij de ontwikkeling van onze economie en samenleving. Up-to-date kennis van eenvoudige technieken kan de levens van boeren veranderen, omdat het tot een hogere productiviteit leidt.’

De Nederlandse ministeries van Buitenlandse en Economische Zaken hebben tussen 2011 en 2016 in totaal 17 miljoen euro aan het onderwijsproject besteed. Dit voorjaar werd bekend dat Nederland tot 2021 nog eens 6,6 miljoen euro beschikbaar stelt. De onzekere toekomst van Afghanistan ten spijt. Projectleider Van Otterloo: ‘De kennis gaat niet verloren. Wanneer je duizenden mensen een goede landbouwopleiding hebt kunnen geven, kun je spreken van een succesvol project. Zelfs als het land op een gegeven moment omvalt, wordt die kennis nog jarenlang toegepast en doorgegeven.’

12grafiek_afgestu_Afganistan.jpg


Re:ageer