Wetenschap - 11 mei 2017

Top door slim publiceren

tekst:
Roelof Kleis

WUR doet het goed in de rankings, omdat de impact van Wageningse wetenschap aantoonbaar hoog is. Dat komt voor een belangrijk deel doordat er zo slim wordt gepubliceerd, zeggen informatiespecialisten.

Illustratie: Pascal Tieman

Publiceren is essentieel voor de wetenschap. Voor de individuele wetenschapper is publiceren zelfs een bestaansvoorwaarde. Publish or perish. En geen universiteit in ons land is zo goed in publiceren als Wageningen University & Research. De instelling heeft er voor een groot deel haar internationale succes aan te danken.

Die stellige bewering doen informatiespecialist Peter van der Togt van de Forum-bibliotheek en Philipp Fondermann van Elsevier Information Systems in een artikel in Procedia Computer Science over de Wageningse publicatiestrategie. Die strategie is eenvoudig. ‘Zorg dat je in Q1-journals publiceert’, vat Van der Togt het samen, ‘want dan heb je de meeste kans op een hoge impact.’ Q1 staat voor de groep tijdschriften die op basis van impact in hun vakgebied tot de beste 25 procent behoren. Q2 tot en met Q4 staan voor de volgende kwartielen.

Door beter te publiceren, word je een betere wetenschapper

Deze publicatiestrategie is gebaseerd op het werk van wijlen informatiespecialist en bibliometriegoeroe Wouter Gerritsma. De impact van wetenschappers kun je afmeten aan het aantal keren dat collega’s hun artikelen citeren, maar een artikel heeft een paar jaar nodig om zijn waarde te bewijzen. Gerritsma ontdekte dat de Q-waarde van het journal waarin wordt gepubliceerd, een goede graadmeter is voor de impact die het artikel zal krijgen. ‘Publiceren in een Q1-journal is dus een goede maat voor een hoge impact’, legt Van der Togt uit. ‘De impactmeting van tenure trackers is hierop gebaseerd.’

Relatieve impact

De nadruk op bewuster en slimmer publiceren is tot in alle geledingen van de organisatie doorgedrongen en heeft volgens Van der Togt zijn vruchten afgeworpen. De cijfers ondersteunen die stelling (zie grafieken). Het aandeel Wageningse artikelen in Q1-journals is in 10 jaar tijd met bijna een kwart gestegen naar 63 procent. Het aandeel artikelen dat tot de top 10 procent meestgeciteerde in hun vakgebied behoort, steeg in diezelfde tijd met 10 procent. Ruim een kwart van alle Wageningse artikelen behoort tegenwoordig tot de top 10 procent. De relatieve impact van een gemiddeld Wagenings artikel steeg van 1,75 naar 2,75. Dat betekent dat een Wagenings artikel 2,75 keer zo vaak wordt geciteerd als een gemiddeld artikel uit dezelfde periode in hetzelfde vakgebied wereldwijd. Geen andere Nederlandse universiteit heeft zo’n impact.

Huisjournal

Richard Visser, hoofd van Plant breeding en Dean of Research, bevestigt dat de kijk op publiceren is veranderd. ‘We zijn bewuster gaan kijken naar de impact van bladen. Voorheen werden 90 procent van onze artikelen gepubliceerd in Euphytica. Dat was het beste tijdschrift op het gebied van veredeling. Veel instituten hadden zo hun eigen “huisjournal”. Met de opkomst van de impactfactoren van tijdschriften gingen er bij ons stemmen op om in andere tijdschriften te publiceren, journals met een hogere impact. Tegenwoordig publiceren we het vaakst in Theoretical Applied Genetics. Daarnaast zijn we bewust in bladen als Plant Cell gaan publiceren om een ander publiek te bereiken.’

Toch waakt Visser ervoor om impactfactoren een te dwingende rol te laten spelen. ‘Vooropstaat dat je het publiek wilt bereiken dat het dichtst bij jouw onderzoek staat. Dat betekent dat je af en toe ook in bladen met een lagere impact factor publiceert, omdat daar jouw publiek zit. Wij publiceren bijvoorbeeld ook in Profyta, een periodiek voor de sierteelt dat helemaal geen impactfactor heeft. Het gaat ook om informatie doorspelen naar de sector.’ Promovendi hebben volgens Visser bovendien een belangrijke stem in de keuze voor een journal. ‘Sommigen willen gewoon 7 tot 8 artikelen publiceren en het maakt ze weinig uit waar. Anderen willen bij wijze van spreken alleen maar in Science of Nature.’

Meer artikelen

Naast gerichter publiceren zijn de Wageningse onderzoekers ook meer gaan publiceren. Dat wil zeggen: meer peer reviewed artikelen. Van der Togt: ‘Je ziet een duidelijke verschuiving van het rapporteren in proceedings, rapporten en boeken naar artikelen. Tien jaar geleden bestond 60 procent van de wetenschappelijke output van Wageningen uit artikelen, nu is dat al 80 procent.’ Van der Togt wijt al die ontwikkelingen aan de veranderde publicatiestrategie. ‘Maar dat kun je natuurlijk niet 100 procent hard maken. Er is geen blanco. We kunnen niet vergelijken met een WUR zonder die strategie. Wat we wel kunnen is deze bibliometrische analyses uitvoeren, omdat onze metadata zo goed op orde zijn. Voorheen werd alleen maar naar de aantallen artikelen gekeken, nu ook naar de kwaliteit. Wageningen loopt daarmee voorop.’

Maar betekent de toegenomen impact van Wageningse wetenschapper eigenlijk ook dat die wetenschappers zelf beter zijn geworden? ‘Ze zijn in ieder geval beter geworden in publiceren’, zegt Van der Togt voorzichtig. ‘Maar om in die betere tijdschriften te publiceren, moet je ook meer aandacht besteden aan je artikelen. De artikelen zijn dus beter en dat is ook kwaliteit.’ Hoogleraar Visser is het met hem eens. ‘Als je hoger inzet, moeten je data ook beter zijn en moet je die op een betere manier presenteren. Door beter te publiceren, word je een betere wetenschapper.’


Re:ageer