Organisatie - 15 juni 2017

Lesgeven in tijden van drukte

tekst:
Roelof Kleis
1

Door de groei van het studentenaantal puilen Wageningse collegezalen uit, zijn practica en excursies overvol en vraagt thesisbegeleiding steeds meer tijd. Hoe gaan docenten daarmee om? Met veel kunst- en vliegwerk, blijkt uit een rondgang. Nieuwe werkvormen en digitale hulpmiddelen helpen een handje.

Foto's: Guy Ackermans, Roel Dijksma en Sven Menschel

Voor het raam van voormalig Teacher of the Year Roel Dijksma staan twee kleine witte megafoons. Ze staan symbool voor het probleem van de almaar toenemende aantallen studenten en de vele manieren waarop docenten daar een mouw aan passen. Dijksma heeft daar treffende voorbeelden van.

Ooit gingen we met 14 studenten naar IJsland, dit jaar met 64

Neem de jaarlijkse excursie Catchment Hydrology naar IJsland. ‘Een achtdaagse studiereis, die fantastisch wordt gewaardeerd’, vertelt Dijksma. ‘Ooit zijn we begonnen met 14 studenten; dit jaar gaan er 64 mee.’ Dat betekent heel veel tentjes huren, rijden in konvooi met zeven grote auto’s en tijdig de lokale supermarkten informeren. ‘Anders trekken we al het brood uit de schappen en hebben de IJslanders zelf drie dagen niks te eten.’

De jaarlijkse excursie Catchment Hydrology naar IJsland begon ooit kleinschalig met 14 studenten, maar is inmiddels een hele happening met 64 deelnemers.
De jaarlijkse excursie Catchment Hydrology naar IJsland begon ooit kleinschalig met 14 studenten, maar is inmiddels een hele happening met 64 deelnemers.

Avondwerk

Of neem de week veldstudie in de Ardennen, onderdeel van de cursus Hydrogeologie. ‘Ik ben nu al drie keer van locatie veranderd, omdat we uit ons jasje groeien. Het is elke keer weer een zoektocht. Uitgangspunt is namelijk dat ik geen kampeerboerderij wil. Het is onderwijs hè, geen kamp.’ Dijksma gaat zelfs zo ver dat hij van tevoren nauwgezet de slaapplekken toedeelt. ‘Dit jaar waren we met tachtig mensen. Als je dat niet doet, ben je uren verder voordat iedereen een plekje heeft gevonden. En dat gepuzzel is allemaal avondwerk. Dat zijn zo van die dingen die je vroeger niet had.’

O ja, en dus die megafoons. ‘Niet iedereen heeft een stem voor een groep van tachtig studenten’, zegt Dijksma. Maar ach, vervolgt hij, het zijn uitdagingen. ‘Ik weiger te zeggen dat we vol zitten. We lossen het wel op. We proberen te voorkomen dat we door de omvang van de groep de excursies inhoudelijk moeten aanpassen.’

Excursie IJsland 2.jpg

Die aanpassingen vinden elders in het Wageningse onderwijs wel volop plaats. Uit onderzoek van Resource bleek begin deze maand dat driekwart van de leerstoelgroepen het onderwijs heeft aangepast om de groei van het aantal studenten op te vangen (zie kader). In de meest rigoureuze vorm door onderdelen te schrappen. Een voorbeeld: ‘Onderdeel van het mastervak Structuur en Reactiviteit was altijd dat studenten een essay moesten schrijven naar aanleiding van bestudeerde literatuur over een bepaald thema’, zegt hoogleraar Han Zuilhof van Organische Chemie. ‘Daar zijn we dus mee gestopt toen de groep over de dertig studenten ging. Let wel, dat zijn essays van vijftien kantjes die je als docent moet lezen en beoordelen. Dat werd te intensief.’

Verschraling

Een ander voorbeeld levert Jan van Kan van de leerstoelgroep Fytopathologie. ‘In ons practicum Plant-Microbe Interactions zat een onderdeel eiwitelektroforese, een techniek om eiwitten te scheiden op een gel. Zo’n gel kun je kant en klaar kopen. Je kunt ze ook zelf gieten, maar dan werk je met toxische stoffen. In een grote groep wordt dat onoverzichtelijk. Die proef hebben we dus geschrapt om het practicum veilig en werkbaar te houden. Tien jaar terug kon je studenten met dit soort technieken vertrouwd maken, zodat ze er in de afstudeerfase mee konden werken. Dat kan nu niet meer. In hetzelfde practicum zat ook een pH-meting in plantencelkweken met een gevoelige, kwetsbare en dure elektrode. Daar hebben we er eentje van. Met een groep van twintig studenten kun je om beurten meten, maar met het dubbele aantal werd dat dus een demonstratieproef. Tegenwoordig is de proef vervangen.’

Een gebrek aan apparatuur is een vaker gehoord probleem. Ook is de toegang tot geavanceerde apparatuur minder. ‘Toen ik hier zelf studeerde, deed je de practica op de leerstoelgroep’, vertelt hoogleraar Jaap Keijer van Fysiologie van Mens en Dier. ‘Nu vinden de practica in Forum en Orion plaats, waar geen ingewikkelde apparatuur staat. Dergelijke apparaten krijgen studenten nu hooguit tijdens een excursie te zien of ze komen er pas in de masterfase mee in aanraking. Dat is een verschraling.’

Kennisclips

Toch is schrappen een uitzondering. Practica worden bij voorkeur efficiënter gemaakt om grote groepen aan te kunnen. De studie Levensmiddelentechnologie kreeg de grote aanwas aan studenten drie jaar terug al voor de kiezen. ‘Dat gaat het eerst knellen bij de practica’, vertelt onderwijscoördinator van Levensmiddelenproceskunde Anja Janssen. ‘De oplossing was om de groep op te splitsen. De ene groep doet practicum, terwijl de andere bezig is met bijvoorbeeld kennisclips.’

Dat gaat het eerst knellen bij de practica

Dergelijke online modules, filmpjes met uitleg over basisvaardigheden en het omgaan met apparatuur, hebben veel leerstoelgroepen ingevoerd. Janssen: ‘De planning en voorbereiding van een proef kun je online doen. Aan de leerdoelen verandert dat niets, maar aan de voor- en achterkant van het “natte werk” wel. Daar wordt het practicum inhoudelijk zelfs beter van, omdat studenten beter voorbereid aan de slag gaan.’

Hoogleraar Zuilhof bevestigt die winst van kennisclips. ‘Als je moet leren omgaan met een gaschromatograaf, krijg je eerst uitleg over hoe zo’n apparaat werkt, waar je het monster in moet brengen, et cetera. Vroeger deed de docent dat, nu doen we dat met een filmpje. Op ons YouTube-kanaal staan wel veertig van dat soort filmpjes. Allemaal door onszelf gemaakt. Eén keer goed doen en je bent klaar.’

Tijdrovend

Digitale hulpmiddelen worden ook volop ingezet in de (werk)colleges. Zuilhof noemt weblearning. ‘Daar maken we door de hele bachelor gebruik van. Dat zijn vragen die je online maakt. Je kunt alleen maar verder met de stof als je de vorige opgave hebt gemaakt. Studenten die op practicum komen na weblearning zijn gemiddeld genomen beter voorbereid.’

Bij de leerstoelgroep van Janssen maken ze die interactieve modules voor de werkcolleges zelf. ‘Onze studenten krijgen heel veel werkcolleges waarin ze opdrachten maken en berekeningen uitvoeren om de kennis te verwerken. Dat materiaal is zo ontwikkeld dat ook geanticipeerd is op de meest voorkomende verkeerde denkstappen. Daar krijgen de studenten dan via de module feedback op. Zo kun je met een klein aantal begeleiders een grote groep studenten aan. De docenten zijn er dan voor de extra toelichting en uitleg, als studenten er echt niet uitkomen.’ Levensmiddelenproceskunde heeft twee grote bachelorvakken en een mastervak van dergelijk materiaal voorzien. ‘Er volgen er meer’, laat Janssen weten, ‘maar de ontwikkeling is ontzettend tijdrovend.’

Lagere waardering

Dat voorbehoud maakt ook hoogleraar Keijer. ‘Het is een natuurlijke trend om meer digitale middelen in te zetten. Studenten leren door de opkomst van de digitale media steeds visueler. Maar het is een misvatting om te denken dat die inzet van digitale middelen per definitie tot een grotere efficiëntie leidt. Het opzetten van digital learning kost ontzettend veel tijd. Daar komt bij dat colleges niet elk jaar hetzelfde zijn. Je probeert steeds nieuwe data in je lesstof te verwerken. Dat vergt in een digitale cursus veel grotere aanpassingen en meer tijd.’ Volgens Keijer zijn studenten ook niet al te enthousiast als digitaal leren leidt tot minder contacturen. ‘We hebben vorig jaar met het distance learning-vak Essentials of Nutritional Physiology de contacttijd strak gereguleerd. Maar dat werkte niet. De studenten scoorden lagere punten en de waardering van het vak was slechter. Dit jaar hebben we het anders gedaan, met meer contactmomenten. En nu zie je de cijfers en de waardering weer toenemen.’

Groei.jpg

Ook hoogleraar Han Wiskerke van Rurale Sociologie is kritisch over de vermeende efficiencyslag die met nieuwe werkvormen te maken zou zijn. Binnen zijn groep wordt het concept van de flipped classroom in diverse colleges uitgeprobeerd. ‘De kern is dat je het huiswerk van tevoren aanbiedt, zodat de studenten dat in de les met elkaar kunnen bespreken. Dat is de flip, de omkering: thuis kennis opdoen, in de klas verwerken. De docent is er voor de begeleiding en om vragen aan te stellen. Maar de voorbereiding kost veel tijd. En het werkt alleen als de studenten zich goed voorbereiden. Als dat niet gebeurt, heb je er veel nawerk aan. Er wordt vaak makkelijk geroepen dat er methodes zijn waarmee je met minder tijd je lessen kunt geven, maar dat valt vaak tegen.’

Thesisringen

Een ander bekend middel om de studentengroei op te vangen zijn de thesisringen. Bachelors en masters sluiten hun studie af met een thesis. De begeleiding van die werkstukken levert veel werk op. Een thesisring is dan een optie: groepjes studenten die elkaar begeleiden. Met wisselend succes. ‘We hebben ermee geëxperimenteerd in de bachelorfase, maar bij ons ging het ten koste van de kwaliteit’, zegt onderwijscoördinator Carlijn Wentink van de leerstoelgroep Gezondheid en Maatschappij. ‘We zijn er dus mee gestopt. Het legt extra druk op de studenten en de feedback was niet van voldoende niveau. Voor de master willen we het nu overigens wel gaan invoeren. Ik denk dat masterstudenten beter in staat zijn om feedback te geven. Een thesisring vervangt bij ons overigens niet de begeleiding; het is iets extra’s. De feedback in de thesisring gaat vooral over de begrijpelijkheid van het stuk en de academische vaardigheden.’

Begeleiding.jpg

Een ander bekend middel om de studentengroei op te vangen zijn de thesisringen. Bachelors en masters sluiten hun studie af met een thesis. De begeleiding van die werkstukken levert veel werk op. Een thesisring is dan een optie: groepjes studenten die elkaar begeleiden. Met wisselend succes. ‘We hebben ermee geëxperimenteerd in de bachelorfase, maar bij ons ging het ten koste van de kwaliteit’, zegt onderwijscoördinator Carlijn Wentink van de leerstoelgroep Gezondheid en Maatschappij. ‘We zijn er dus mee gestopt. Het legt extra druk op de studenten en de feedback was niet van voldoende niveau. Voor de master willen we het nu overigens wel gaan invoeren. Ik denk dat masterstudenten beter in staat zijn om feedback te geven. Een thesisring vervangt bij ons overigens niet de begeleiding; het is iets extra’s. De feedback in de thesisring gaat vooral over de begrijpelijkheid van het stuk en de academische vaardigheden.’

Strippenkaart

Om de thesiswerkdruk binnen de perken te houden, zijn soms drastische middelen nodig. Een stop bijvoorbeeld, zoals bij Gezondheid en Maatschappij. ‘Vroeger was iedereen welkom’, licht onderwijscoördinator Wentink toe. ‘Maar dat kan niet meer. We zitten met vier leerstoelgroepen in een opleiding. In de bachelor hebben we nu samen 75 studenten die hun thesis bij ons willen doen. Bijna driekwart daarvan bij Gezondheid en Maatschappij. Daarvoor hebben we zes begeleiders beschikbaar. Dat past dus niet. We kunnen er maximaal vier tot vijf per begeleider hebben. De rest brengen we in overleg bij andere groepen onder.’

We overwegen een strippenkaart in te voeren voor de begeleiding

Om de boel in goede banen te leiden, is een sollicitatieronde ingesteld, waarin studenten onder meer kunnen aangeven welke begeleider hun voorkeur heeft. Ook de onderwerpkeuze voor de thesis is ingeperkt. Maar er worden ook andere opties overwogen om de begeleiding hanteerbaar te houden. ‘We overwegen een strippenkaart in te voeren voor de begeleiding’, zegt hoogleraar Wiskerke, wiens leerstoel tot het cluster behoort. ‘Een kaart die recht geeft op een bepaald aantal uren begeleiding. Studenten kunnen dan zelf bepalen hoe ze die tijd in gaan zetten. We willen de beschikbare tijd daarmee eerlijker verdelen.’

Waterleidingduinen

Dijksma heeft intussen andere zorgen. Over een paar weken staat de excursie naar de waterleidingduinen bij Zandvoort voor de deur. ‘Ik heb toestemming om met twintig personen op de fiets het gebied in te gaan. Toen de groep groter werd, heb ik die eerst opgedeeld in twee groepen van twintig. Maar die twintig van vroeger is al uitgegroeid naar tachtig nu. Daar gaan ze natuurlijk geen toestemming voor geven, dus nu moet ik de groep nog verder opsplitsen.’


Dossier groei

De aanhoudende groei van het aantal studenten houdt de Wageningse gemoederen al geruime tijd bezig. Om de gevolgen voor het onderwijzend personeel op een rij te zetten, heeft Resource vorige maand een enquête gehouden. Daaruit blijkt dat de werkdruk zeer hoog is, onderwijsvormen noodgedwongen worden aangepast en het onderwijs minder persoonlijk wordt. De resultaten zijn gepubliceerd in het vorige nummer. In dit vervolgverhaal vertellen docenten hoe ze hun werkvormen zoal hebben aangepast om de groei op te vangen.

Re:acties 1

  • Patrick Jansen

    Uitstekend verhaal. Het geeft het dilemma prima weer.
    De logische oplossing is natuurlijk meer personeel. Ik hoop dat Resource in het vervolgverhaal uitlegt vanwege welke bizarre afspraak met het ministerie dit niet kan.

    Reageer

Re:ageer