Organisatie - 23 maart 2017

‘Deze universiteit neemt onderwijs heel serieus’

tekst:
Linda van der Nat,Albert Sikkema
2

Vijf jaar was hij directeur van het Onderwijsinstituut. Nu gaat Tiny van Boekel met pensioen. Wageningen kan de groeiende studentenaantallen volgens hem niet alleen opvangen met onderwijsinnovatie. ‘Een zekere vorm van avondonderwijs is onontkoombaar.’

foto’s Sven Menschel

In vijf jaar groeide de totale Wageningse studentenpopulatie met 43 procent. Begint het kleinschalige Wageningse onderwijs al te kraken?
‘Ondanks de groeiende studentenaantallen doen we het gewoon goed. We hebben heel weinig uitvallers. Bij andere universiteiten is het uitvalspercentage soms 40 procent, bij ons is dat minder dan 15 procent. We hebben zeer gemotiveerde studenten en we krijgen nog steeds goede beoordelingen in de studentenenquêtes. Het individuele aspect, het goede contact tussen studenten en docenten, dat is nog steeds hét kenmerk van Wageningen. Ik hoor wel vaak terug dat de rek eruit is en ik denk ook dat dit klopt. Ik neem mijn petje af voor de inzet en betrokkenheid van onze medewerkers die het toch maar voor elkaar krijgen, ondanks de heel hoge werkdruk. Maar er is een punt dat het gaat barsten en dat moeten we voor zijn.’

Groei is niet verkeerd, maar het moet wel beheersbaar blijven

Wat is volgens u de beste manier om de groei te accommoderen? Er zijn opleidingen met een numerus fixus, de universiteit experimenteert met avondcolleges en er wordt ook geïnvesteerd in online onderwijs.
‘In Wageningen hebben drie opleidingen gekozen voor een numerus fixus. Ik ben zelf niet zo van numeri fixi, maar ik denk dat het bij Voeding en gezondheid nodig was, omdat ze de studentenaantallen niet meer aankonden. Voor Biotechnologie en Moleculaire levenswetenschappen geldt hetzelfde. Daar zijn vooral de voor die opleidingen kenmerkende practica de bottleneck als je kijkt naar de beschikbare ruimte. We kunnen niet alle studenten die er nu zijn in de practica opvangen en er is een gebrek aan thesisplekken. Maar ik zie een numerus fixus wel als een tijdelijke maatregel.

Een van onze onderwijsfilosofieën is dat we veel actievere studenten willen, en online onderwijs is een van de manieren om dat te bereiken. Als ik ons vergelijk met life sciences-universiteiten in het buitenland, lopen wij op het gebied van online leren enorm voorop. Docenten komen hier zelf met ideeën. De opleiding Levensmiddelentechnologie is daar een goed voorbeeld van. De practica bij deze opleiding zijn nu computerondersteund. Studenten krijgen opdrachten op de computer en kunnen pas praktische dingen doen als ze hebben begrepen waarom ze iets moeten doen. Dat werd vroeger allemaal door docenten verteld, maar dit is veel efficiënter. Het belangrijkste is echter dat het leereffect toeneemt. In mijn tijd ging je naar een practicum en las je ter plekke de handleiding. Dat is nu veel meer gestructureerd.

Ook een concept als de flipped classroom, waarbij studenten in hun eigen tijd kennisclips bekijken en vervolgens tijdens college vragen kunnen stellen en discussiëren, zijn innovaties die het onderwijs heel erg ten goede komen. Ik geloof er niet in om opleidingen voor te schrijven om het op een bepaalde manier aan te pakken, maar we proberen er bij innovatievoorstellen van de docenten en de opleidingen wel op te sturen.’

Er is veel weerstand tegen avondcolleges. Studenten en docenten denken dat onderwijsruimtes beter benut kunnen worden. Hoe staat u tegenover avondonderwijs?
‘We kunnen de onderwijsruimten zeker beter benutten. Er zijn wifi-metingen gedaan om vast te stellen of de door docenten gereserveerde lokalen daadwerkelijk worden gebruikt. Daaruit bleek dat zo’n 10 tot 15 procent van de gereserveerde lokalen leegstond. Docenten zijn zich er inmiddels meer van bewust dat ze geen ruimtes moeten claimen die ze niet nodig hebben. Maar daarnaast denk ik dat een zekere vorm van avondonderwijs onontkoombaar zal zijn. Het is niet de meest prettige maatregel, dus ik snap het verzet wel. Het enige alternatief is investeren in nieuwe onderwijsgebouwen en dat gaat ten koste van het onderwijs. Dan zou ik liever wat van de avond benutten en de bestaande gebouwen beter gebruiken. Tenzij we zover gaan groeien dat we zeggen: laten we een gebouw extra neerzetten. Ik denk dat het een combinatie zal worden van efficiënter roosteren en avondonderwijs.’

Sommige groepen draaien nu meer op onderwijs dan op onderzoek

Avondcolleges raken ook de kwaliteit van het onderwijs. Studenten zeggen dat ze zich minder goed kunnen concentreren ’s avonds.
‘Dat komt inderdaad uit de enquête onder de deelnemers aan de pilot met avondonderwijs, dat mensen minder gemotiveerd zijn ’s avonds en wat minder verschijnen. Toch zijn de examenresultaten niet minder, dus wat dat betreft is er geen reden tot ongerustheid. Ik denk ook dat het een beetje koudwatervrees is. Buitenlandse studenten hebben veel minder moeite met avondonderwijs, die zijn het al gewend. En de nieuwe lichting eerstejaars weet niet beter, die accepteert dat gewoon. Het studentenleven begint gewoon wat later.’

Wat vindt de universiteit in uw ogen belangrijker, onderwijs of onderzoek?
‘Deze universiteit neemt onderwijs heel serieus. Er wordt gekeken naar onderwijs in de tenure track: hoe zet je je in voor onderwijs, wat zijn je ideeën daarover, hoe ga je om met nieuwe inzichten, hoe verwerk je die in je colleges? En niet onbelangrijk: onderwijs wordt goed betaald. Je ziet nu dat sommige leerstoelgroepen meer draaien op onderwijs dan op onderzoek. Dat is ook weer niet ideaal, want het betekent dat ze onderwijsgelden gaan gebruiken om het onderzoek op peil te houden. Het is op dit moment heel moeilijk om onderzoeksprojecten binnen te halen, dus ik snap dat mensen naar mogelijkheden gaan zoeken om onderzoek te blijven doen. Ik zie het dan ook niet als verkeerd, maar het is wel een teken aan de wand. Voor het onderwijs is het juist heel belangrijk dat er onderzoek wordt gedaan.’

Grijpt u in als onderwijsgelden worden gebruikt voor onderzoek?
‘Ik denk niet dat je daar al te snel actie op moet ondernemen. Ik ben zelf ook leerstoelhouder geweest, dus ik weet hoe het voelt als we zouden zeggen: je moet al het onderwijsgeld besteden aan het onderwijs. Dan ontnemen we de leerstoelhouders toch hun eigen verantwoordelijkheid. Ik vind wel dat ik ze kan aanspreken op hun onderwijsprestaties. Als het ze lukt om met onderwijsgeld onderzoek binnen te halen en nog steeds goed onderwijs te geven; mijn zegen hebben ze. Maar als ze het onderwijs laten inzakken, dan kom ik in actie.’

Horen we u nu eigenlijk zeggen dat het onderzoek meer kraakt onder de groei dan het onderwijs?
‘Wel bij leerstoelgroepen met groeiende studentenaantallen. Het is een complex verhaal. Als er meer studenten komen bij de vakken van een leerstoelgroep, komt er meer geld en kan die groep meer docenten aanstellen. Maar door tenure track moet dat nieuwe personeel ook onderzoek doen. En als het heel moeilijk wordt om daar geld voor te vinden, dan hebben we een probleem. Dus dat leerstoelgroepen terughoudend zijn om met onderwijsgeld tenure trackers aan te nemen, dat snap ik. Je hoort promovendi nu ook klagen dat ze te veel bij onderwijs worden ingezet. Afstudeerprojecten worden vaak begeleid door promovendi. Ik heb de indruk dat het aantal promovendi afneemt, in ieder geval is het moeilijker om die projecten binnen te halen. Als hun aantal afneemt, staat dat haaks op het toenemende aantal studenten.

Ik denk wel dat we soepeler moeten worden in ons tenure track-beleid, zodat er meer ruimte voor onderwijs komt. Maar we moeten de link tussen onderwijs en onderzoek goed houden. Het is een heel belangrijk streven dat onze docenten ook onderzoekers zijn. Onze filosofie is nog steeds dat ons onderwijs het onderzoek moet volgen.’

Wat is de grootste valkuil voor WUR de komende jaren?
‘Groei is niet verkeerd, integendeel, maar het moet wel beheersbaar blijven. Nu gaat het misschien iets te hard. Het rampenscenario is dat mensen zo overbelast raken dat ze niet meer die aandacht kunnen geven aan de studenten die ze nodig hebben. Als we een te grote groei hebben, kunnen we niet meer op tijd kunnen schakelen om alle zeilen bij te zetten. Mocht de financiering vanuit de overheid verbeteren en de 2-procentsregeling (die bepaalt dat het onderwijsbudget met maximaal 2 procent per jaar stijgt of daalt, red.) verdwijnen, dan denk ik dat het oplosbaar is. Maar als het in Den Haag blokkeert en we krijgen niet meer voldoende betaald, moeten we ingrijpen. Dan gaat het mis.’

Scheidend onderwijsdirecteur Tiny van Boekel: ‘Als studenten de kans krijgen, doen ze heel actief mee. Daarom luister ik naar ze.’
Scheidend onderwijsdirecteur Tiny van Boekel: ‘Als studenten de kans krijgen, doen ze heel actief mee. Daarom luister ik naar ze.’

Hoe moet WUR dan ingrijpen?
‘Selectie aan de poort wordt dan een optie. Ik ben daar zelf wat aarzelend in, want ik vind dat mensen met voldoende vooropleiding het recht hebben om door te gaan, ook als ze een mager zeventje hebben in plaats van een briljante negen. Ik zou op z’n minst selectie op motivatie willen, want mijn angst met selectie op cijfers is dat je andere waardevolle capaciteiten negeert, zoals sociale vaardigheden en creativiteit. Mensen die lui waren en eerder nooit hard hebben gewerkt en de laatbloeiers, ik zou het jammer vinden als we die eruit zouden selecteren. Maar het is wel een optie en ik denk dat we er goed over na moeten denken.

Ik denk vooral dat er nog onbenutte mogelijkheden zijn om de werkdruk op andere manieren te verdelen, door misschien niet zo star vast te houden aan het eigen programma. In plaats van dat elke leerstoelhouder voor zijn eigen koninkrijkje opkomt, moet men op departementsniveau met elkaar praten. Dit is geen beschuldiging, het systeem werkt het een beetje in de hand. Ik zou dus liever zien dat het systeem wat meer ruimte gaat bieden om samenwerking mogelijk te maken.’

Kan dat?
‘Ja, als we wat flexibeler worden naar de individuele leerstoelgroepen. De ene groep mag wat mij betreft best een beetje in de min staan, als die dat op een andere manier compenseert. Bijvoorbeeld door meer onderzoek te doen als een collega-leerstoel wat meer onderwijs doet. Maar dat is aan de directeuren van de kenniseenheden.’

U had als directeur van het Onderwijsinstituut ook veelvuldig contact met studentbestuurders. Hoe beviel de samenwerking?
‘De rol van studenten in ons onderwijs, zoals wij dat georganiseerd hebben, is echt fantastisch. Hoe gemotiveerd en met hoeveel inzet ze dat bestuurswerk doen in de studentenraad, bij het OWI en in de opleidingscommissies, dat vind ik mooi om te zien. Ik heb al een paar keer meegemaakt dat studenten daar dingen los weten te maken, dat zij spelletjes doorzien van leerstoelgroepen. Dat zij zien wanneer iets niet in het belang van het onderwijs is. Ik zou het echt heel jammer vinden als hun invloed op dat niveau minder zou zijn. Studenten zijn verantwoordelijk, kritisch en ik denk dat een heel groot deel van onze onderwijsinnovatie door hen gesteund wordt. Ze zijn geen consument. Als ze de kans krijgen, doen ze heel actief mee. Daarom luister ik naar wat zij te zeggen hebben. Ik denk dat we ook veel van onze studenten kunnen leren. Het is niet zo dat zij alleen van ons leren, wij leren samen.’


Betrokken en benaderbaar

Scheidend directeur Tiny van Boekel van het Onderwijsinstituut was altijd heel benaderbaar voor studenten, vertelt Anne Swank, lid van de Student Council. ‘Hij houdt van studenten met pit, die kritisch zijn en problemen aankaarten. Hij is totaal niet vastgeroest als het gaat om onderwijs, integendeel. Mijn mooiste herinnering aan hem is toen hij een biertje mee dronk op een studentenfeest na afloop van een onderwijsconferentie in Stuttgart. Welke student kan nou zeggen dat-ie met de dean of education heeft gedanst op Bohemian Rhapsody? Zo betrokken is hij bij studenten.’ René Kwakkel, opleidingsdirecteur van Animal sciences, vindt van Boekel een bescheiden man. ‘Bijna een beetje verlegen ook en iemand die zich niet snel uitspreekt over een kwestie. Soms denk ik weleens: spreek je wat sneller uit. Maar Tiny gaat eerst luisteren. Hij benut de kennis van zijn stafbureau en de studenten erg goed. En ondertussen heeft hij wel degelijk een eigen visie. Zo is hij sterk voorstander van het digitaliseren van het onderwijs.’


Re:acties 2

  • ries

    ik werk al 25 jaar in de avond, het is een cultuuromslag bij de studenten, als ze later een baan hebben zullen ze ook in de avond moeten werken, miljoenen Nederlanders werken in de avond en nacht.
    flexibeliteit is ver te zoeken bij deze jongeren.

    Reageer
  • RUW Foundation

    We believe that the future of our education system needs to be discussed with a diverse group of involved people. Therefore, Tiny van Boekel will join our panel debate to discuss how we can balance quality and quantity for impact at the WUR next Tuesday. Join the discussion:
    https://www.facebook.com/events/1890099401225267/

    Reageer

Re:ageer