Organisatie - 1 juni 2017

De groeipijn van WUR

tekst:
Roelof Kleis
1

Wageningen ligt goed in de markt. Het aantal studenten stijgt jaar op jaar. Die groei gaat niet in de koude kleren zitten, blijkt uit onderzoek van Resource. De werkdruk is hoog en de kwaliteit van het onderwijs staat onder druk. ‘Mijns inziens is er een kwetsbare situatie ontstaan.’

illustratie Pascal Tieman foto’s Sven Menschel

Dat het steeds drukker wordt op de campus, kan iedereen zien. De collegezalen zitten vol, de werkplekken in Forum zijn vaak al vroeg bezet en de rijen in de kantines groeien. Maar wat betekent die drukte voor het onderwijs en de medewerkers die dat onderwijs verzorgen? Is er sprake van groeipijn en hoe zeer doet het dan? Om dat in beeld te krijgen, hield Resource een enquête onder leerstoelhouders en studiecoördinatoren van leerstoelgroepen (zie Verantwoording).

Werkdruk

De tweejaarlijkse medewerkersmonitor geeft al jaren aan dat medewerkers flinke werkdruk ervaren. Die werkdruk hangt nauw samen met de groei van het aantal studenten, blijkt uit de enquête van Resource. De stijgende aantallen studenten vergroten de werkdruk, hoogleraren en studiecoördinatoren zijn regelmatig extra tijd kwijt om groeiproblemen op te lossen en het onderwijs en de organisatie daarvan kost meer tijd dan een paar jaar geleden. Groepen worden groter en onoverzichtelijker, de voorbereiding en logistiek van colleges, groepswerk, practica en excursies kosten veel meer tijd, het is lastiger om geschikte onderwijsruimtes te vinden en docenten zijn veel tijd kwijt met nakijkwerk.

De aanstelling van extra personeel moet de grootste druk van de ketel halen. Maar de meeste leerstoelgroepen hebben daar het geld niet voor en moeten het doen met het zittende personeel, de inschakeling van promovendi, de inzet van studentassistenten en/of andere tijdelijke hulp. Niet elke collega is echter happig op onderwijs. Meer tijd voor onderwijs betekent immers minder tijd voor onderzoek, acquisitie en het schrijven van publicaties.

Onderwijsvernieuwing

Als antwoord op de groei gaan veel docenten en leerstoelgroepen over op andere vormen van onderwijs die minder arbeidsintensief zijn. Instructiefilms bij practica vervangen uitleg door docenten. Groepswerk komt in de plaats van individuele opdrachten. Online cursusmateriaal, videoclips en e-learning nemen deels het werk van de docent over. Studenten beoordelen elkaars thesiswerkstukken om de docent tijdrovend nakijkwerk uit handen te nemen.

Die veranderingen en innovaties zijn nuttig, maar nemen niet de werkdruk weg. Het onderwijs wordt er bovendien volgens het merendeel van de ondervraagde hoogleraren en studiecoördinatoren minder persoonlijk van. De beroemde Wageningse kleinschaligheid komt daardoor in gevaar. Volgens de meerderheid van de respondenten gaat dit niet ten koste van de kwaliteit van het onderwijs. Maar van diverse kanten klinkt desondanks de indringende waarschuwing: de grens is in zicht.

Hieronder de reacties op de belangrijkste stellingen over werkdruk, onderwijsinnovatie en onderwijskwaliteit, met daarbij een greep uit de toelichtingen die de respondenten gaven.


Werkdruk

Extra studenten betekent meer werkdruk. Dat geldt voor docenten, hoogleraren en andere vaste staf en in iets mindere mate voor promovendi, blijkt uit de antwoorden op deze stelling en soortgelijke stellingen.

Stelling: De groei van het aantal studenten beïnvloedt mijn werkdruk

Werkdruk-beinvloedt.png

Michel Riksen, studiecoördinator Bodemfysica en Landgebruik: ‘Ik zie steeds meer collega’s tijdens de lunch en ’s avonds nog thuis werken om op de piekmomenten alles op tijd af te krijgen. We willen meer personeel, maar gezien de financiële situatie is dat niet mogelijk. Groei is goed, maar het moet wel beheersbaar blijven. De inzet van extra middelen en staf moet wel in de pas lopen met de groei. Dat lijkt nu niet het geval. De rek raakt er een keer uit.’

Rik Leemans, leerstoelhouder Milieusysteemanalyse: ‘De werkdruk is nu erg hoog. Toch is het ziekteverzuim laag. Dat komt doordat docenten zeer loyaal zijn en ook met koorts gewoon voor de klas gaan staan. Mijns inziens is er een kwetsbare situatie ontstaan met een mogelijk domino-effect als een sleuteldocent uitvalt. Het budget staat helaas niet toe om meer personeel aan te nemen. Nu helpen promovendi regelmatig, maar zij moeten ook binnen vier jaar hun proefschrift afronden.’

Hannie van der Honing, studiecoördinator Celbiologie: ‘De studentenaantallen bij onze vakken zijn enorm toegenomen. Dit betekent dat ieder practicum inmiddels op drie momenten per periode gegeven moet worden. Collega’s worden dus vaker belast met onderwijs, want we proberen de student-docentratio vergelijkbaar te houden. Verder wordt het moeilijker om vakken te roosteren. Voor een extra practicumserie zijn beschikbare ruimtes nodig. Ook hier lopen we tegen de grens van de mogelijkheden aan.’

Wageningen teert op zijn enthousiaste medewerkers, maar dat is niet sustainable

Ute Sass-Klaassen, studiecoördinator Bosecologie en Bosbeheer: ‘Wageningen University teert op zijn enthousiaste en gemotiveerde medewerkers, maar dat is niet sustainable’. Veel collega’s in mijn omgeving zijn al over de grens gegaan van verantwoorde belasting. Die werkdruk wordt overigens niet alleen veroorzaakt door het onderwijs. Het is een combinatie van toenemende druk in het onderwijs, het onderzoek met zijn beperkte en competitieve subsidieprogramma’s en de eis om meer projecten te acquireren.’

Marcel Dicke, leerstoelhouder Entomologie: ‘Medewerkers besteden meer tijd aan onderwijs. Dat is een uitdaging, maar onderwijs is onze primaire activiteit. We moeten blij zijn met die toenemende studentenaantallen. Dat is iets waar we jaren hard voor hebben gewerkt en wat nu zijn vruchten afwerpt. Daar mogen we trots op zijn. Werkdruk is zeker een probleem, maar dat heeft vooral te maken met de grote en sterk toenemende hoeveelheid administratie die leerstoelgroepen op hun bord krijgen.’



Onderwijsinnovatie

Nood maakt creatief. Docenten en leerstoelgroepen voeren tal van veranderingen door om de groei van het aantal studenten het hoofd te bieden, blijkt uit de enquête.

Stelling: Ik pas onderwijsvormen aan om het stijgend aantal studenten op te vangen.

Planning-pas onderwijsvormen aan.png

Tinka Murk, leerstoelhouder Marine Animal Ecology: ‘Door moderne onderwijsvormen door te voeren en processen slim te organiseren, blijft er tijd beschikbaar voor de inhoud van de lessen en de coaching van de studenten. Voor de begeleiding van schrijvende studenten hebben we thesisringen ingevoerd. Dat bevalt goed.’

Rachel van Ooteghem, studiecoördinator Biobased Chemistry and Technology: ‘We hebben een voorbereidingsopdracht toegevoegd, waarbij studenten het practicum uitwerken met dummy data. Studenten hoeven niet meer alle proeven zelf uit te voeren. Dat is wel een gemis. Wie de proef doet, moet een logboek bijhouden en die informatie overdragen. Alle studenten moeten wel de proef voorbereiden, uitwerken, bediscussiëren en erover rapporteren. Verder zijn er templates voor het verslag gemaakt, zodat we minder lang bezig zijn met nakijken. De nadruk ligt hierdoor op het vergelijken van theorie en metingen en niet op het lay-outen van het verslag.’

Carlijn Wentink, docent en studiecoördinator Gezondheid en Maatschappij: ‘We hebben werkvormen aangepast om het onderwijs minder arbeidsintensief te maken en grotere groepen te kunnen bedienen. Individuele opdrachten zijn bijvoorbeeld omgezet naar duo- of groepsopdrachten. Ik vind het jammer dat dat nodig is; studenten zouden meer individuele opdrachten moeten kunnen doen. We werken met peer feedback en zetten vaker studentassistenten in om te helpen met nakijkwerk en werkgroepbegeleiding. Ook proberen we meer multiplechoicevragen in onze examens te verwerken. We hebben een limiet ingesteld voor het aantal thesisstudenten en het aantal begeleidingsmomenten.’

We hebben geïnvesteerd in het digitaliseren van onderdelen van vakken

Johan Verreth, leerstoelhouder Aquacultuur en Visserij: ‘In het reguliere onderwijs hebben we sterk geïnvesteerd in het digitaliseren en online aanbieden van onderdelen van vakken. Thesisopdrachten die niet passen in een bestaande onderzoekslijn worden zoveel mogelijk ontmoedigd, want die vergen extra mankracht in de begeleiding. We delen afstudeeronderwerpen met collega’s van Wageningen Research.’

Fons Debet, studiecoördinator Genetica: ‘Het onderwijs is extensiever gemaakt door efficiënter gebruik te maken van informatiebronnen voor studenten via Blackboard. Bij practica wordt informatie meer via instructiefilmpjes overgebracht dan mondeling van docent op student. Er is minder assistentie nodig.’



Onderwijskwaliteit

Gaat de groei ten koste van de kwaliteit van het onderwijs? Hierover zijn de studiecoördinatoren iets somberder gestemd dan de hoogleraren, al denken beide groepen in meerderheid dat de kwaliteit de laatste jaren niet achteruit is gegaan.

Stelling:
De onderwijskwaliteit is de laatste jaren achteruit gegaan.

Groei-onderwijskwaliteit achteruit.png

Eldert van Henten, leerstoelhouder Agrarische Bedrijfstechnologie: ‘De onderwijskwaliteit staat nog steeds overeind. Ik heb het gevoel dat wij onderwijskwaliteit verwarren met veel contacturen en veel persoonlijke aandacht. Dat is een misvatting. Studenten hebben aandacht van hoge kwaliteit nodig. Dat staat buiten kijf, maar we moeten niet pamperen. Ik denk dat het de ontwikkeling van onze studenten ten goede komt als ze zich meer en sneller tot zelfstandige en zelfstandig denkende mensen ontwikkelen.’

Roel Dijksma, studiecoördinator Hydrologie en Kwantitatief Waterbeheer: ‘Door de inzet, de betrokkenheid en het fanatisme van de docenten lukt het nog steeds om de kwaliteit hoog te houden. Dat is ook te zien aan de onderwijsenquêtes: de waardering voor vakken is in de loop de jaren niet wezenlijk gedaald.’

Fred de Boer, studiecoördinator Resource Ecology: ‘Innovatieve onderwijsmethodes zijn prima en nodig. Maar dat kan soms het verlies aan kwaliteit niet opvangen. We hebben meerder keren (ook dit jaar) een prijs gekregen voor het beste vak aan onze universiteit, maar ik denk niet dat we hem komend jaar krijgen. Er zijn verschillende redenen, die te maken hebben met de toename van studenten, waardoor de cursus minder hoog wordt gewaardeerd.’

Han Zuilhof, leerstoelhouder Organische Chemie: ‘Mijn onderwijsteam gebruikt duizend-en-een nieuwe manieren om zowel de werkdruk als de kwaliteit te optimaliseren. Toch moet je constateren dat de kwaliteit van de studenten is afgenomen. Onze studenten zijn minder getraind en dus slechter op het lab en ook minder ervaren in de verslaglegging dan een aantal jaren terug.’

De kwaliteit is tot nu toe overeind gebleven, maar we zitten wel aan het plafond

Jan van Kan, studiecoördinator Fytopathologie: ‘Jammer genoeg is het vaak zo dat je 80 procent van de tijd besteedt aan de 20 procent zwakkere studenten. Het zou prettig zijn als we de 20 procent beste studenten nog beter konden maken door ze uit te dagen met meer een-op-eeninteractie. Maar we hebben de tijd en aandacht niet om die positieve uitschieters te identificeren en stimuleren.’

Edith Feskens, leerstoelhouder Nutrition and Health over the Lifecourse: ‘Ik denk dat de kwaliteit tot nu toe overeind is gebleven, maar we zitten wel aan het plafond.’

Remko Uijlenhoet, leerstoelhouder Hydrologie en Kwantitatief Waterbeheer: ‘De onderwijskwaliteit is de laatste jaren denk ik niet achteruit gegaan, mede dankzij de enorme inspanningen en betrokkenheid van de staf. Het gemiddelde niveau van de studenten die worden toegelaten tot de opleidingen is wel een punt van zorg. Er zitten gelukkig nog steeds toppers tussen, maar er is ook een enorme staart aan middelmatige studenten die onevenredig veel aandacht vragen. We moeten streng selecteren aan de poort.’


Verantwoording

Resource heeft een vragenlijst gestuurd naar de leerstoelhouders en studiecoördinatoren van alle 86 leerstoelgroepen. De enquête bestond uit 22 stellingen en 4 open vragen over de groei van het aantal studenten en de gevolgen daarvan voor het onderwijs en de docenten, staf en promovendi. Een derde van de hoogleraren en bijna de helft van de studiecoördinatoren heeft de enquête ingevuld. De totale respons geeft een beeld van de situatie bij 56 procent van de leerstoelgroepen. De reacties zijn representatief voor de vijf sciences groups. De resultaten geven daarmee een goede indicatie van de huidige situatie. In dit verhaal is een deel van de resultaten verwerkt.

Bekijk hier alle enquêteresultaten :

Re:acties 1

  • Lakoff

    De metafoor "Groeipijn" vind ik niet accuraat voor wat er op dit moment gebeurt op het gebied van groei en is een, onbewust, misleidende metafoor voor de situatie in de WUR. Normaal zou ik hier niet zo'n punt van maken, maar aangezien "groeipijn" de headline is van de huidige resource kan ik niet laten hier toch op in te gaan.
    Ten eerste, Groeipijn is iets onvoorkoombaars wanneer je "in de groei zit", niet iets waar je voor kiest. Waar we mee te maken hebben is een pijn door een keuze. Het is eerder de pijn in je buik van veel te veel eten.
    Ten tweede kennen we groeipijn als tijdelijk probleem, want op een gegeven moment ben je volgroeid. Ik zie geen tekenen dat de WUR streeft naar een eindpunt van de groei. De wur zal met het huidige beleid altijd blijven groeien en uitbreiden (Let wel: dit is iets anders dan blijven ontwikkelen. We hebben het over kwantitatieve groei hier). Dus voor de metafoor: niet alleen is het de pijn van meer consumeren dan je aan kan, het is ook de intentie dat te blijven doen in de toekomst.
    Ik kan niet anders concluderen dat we als instituut last hebben van obesitas, niet groeipijn.
    Het woord "groeizucht" lijkt me passender, want het is een honger die we voelen. Een verklaarbare honger gezien de honger die we gehad hebben begin jaren 00, maar toch een immer aanwezige honger naar meer.

    Reageer
    • Piet

      Met daarnaast bijkomende striae zoals regelingen in avondcolleges/uitgerekte collegedagen, avondtentamens ivm ruimtegebrek en zeuren om meer geld van de overheid omdat er te hard gegroeid wordt.

      Het blijft toch weer de Wageningse paradox: Groeien, maar toch het kleine karakter willen behouden.


Re:ageer