Organisatie - 29 juni 2017

Campusbouwer zwaait af

tekst:
Albert Sikkema,Edwin van Laar

Een hele campus neerzetten zonder een euro aan geleend geld. Dat is het grootste wapenfeit van Tijs Breukink, de ‘financiële man’ binnen de raad van bestuur. Op 5 juli neemt hij afscheid, na een dienstverband van twaalf jaar. ‘De ontwikkeling die WUR heeft doorgemaakt is zeker niet alleen mijn prestatie, maar ik ben er wel enorm trots op.’

Foto's: Guy Ackermans

‘Ik ga met gemengde gevoelens weg’, zegt Tijs Breukink. ‘De ratio zegt: na twaalf jaar is het mooi geweest. Het is goed dat ik wegga, zowel voor WUR als mezelf, want na zo’n lange tijd kun je niet meer voldoende vernieuwen. Maar gevoelsmatig wil ik best blijven. Ik heb hier de ruimte om beleid te ontwikkelen en een campus te bouwen, met om mij heen zeer betrokken en gemotiveerde mensen. Wie maakt dat mee?’

Twaalf jaar geleden werd Breukink lid van de raad van bestuur van WUR, verantwoordelijk voor financiën, bedrijfsvoering en campusontwikkeling. De universiteit en de DLO-instituten – die inmiddels Wageningen Research heten – stonden er destijds heel anders voor dan nu, memoreert hij. ‘Toen ik in 2005 in Wageningen begon, trof ik een organisatie in de problemen. Wageningen UR zat middenin de bezuinigingsoperatie Focus, waarbij duizend personeelsleden moesten vertrekken. De studentenaantallen stonden op een dieptepunt met 4500 studenten en de bedrijfsvoering was verouderd. Inmiddels staan we er weer goed voor. We zijn financieel gezond, trekken veel studenten, doen baanbrekend onderzoek en hebben een uitstekende reputatie. Dat is zeker niet alleen mijn prestatie, maar ik ben wel enorm trots op die ontwikkeling.’

Onderwijsbudget

Wageningen University heeft de aanhoudende groei van het aantal studenten tot nu toe goed weten op te vangen, vindt Breukink. ‘Alle financiële indicatoren van de universiteit zijn goed, het enige is misschien dat de universiteit geen extra financiële reserve heeft. Dat komt door de aftopping van de Rijksbijdrage door het ministerie van EZ, waardoor we de afgelopen jaren zo’n 30 tot 40 miljoen euro zijn misgelopen.’ Breukink doelt op de zogenaamde 2-procentregeling, die bepaalt dat het Wageningse onderwijsbudget met maximaal 2 procent per jaar mag stijgen, ongeacht de werkelijke stijging van de studentenaantallen. ‘Desondanks hebben we ervoor gekozen ons onderwijs volledig via het Brascamp-model te blijven bekostigen. Dat betekent dat we het tekort aan Rijksbijdrage voor de leerstoelgroepen bijpassen uit de centrale middelen en er met efficiencymaatregelen voor zorgen dat we dat tekort binnen enkele jaren weer inlopen. De overhead van de universiteit bedraagt circa 19 procent, een van de laagste percentages bij de Nederlandse universiteiten. Hierdoor kunnen we geld investeren in het onderwijs.’

Het boxensysteem, dat we zelf hebben ontwikkeld, creëert rust

Breukink wil graag iets van de interviewers weten. ‘Is het jullie opgevallen dat er binnen de universiteit niet of nauwelijks reuring is over de verdeling van het geld? Dat komt door het boxensysteem, waarbij iedere leerstoelgroep een basisfinanciering krijgt en de rest van het geld kan verdienen met onderwijs en onderzoek. Dit is een robuust, zakelijk en breed gedragen model dat geen ruimte biedt voor vriendjespolitiek. Hoogleraren zien dat het er eerlijk aan toegaat. Op andere universiteiten is hier meer gedoe over. Het boxensysteem, dat we zelf hebben ontwikkeld, creëert rust.’

De financiële situatie bij Wageningen Research is minder florissant dan die bij de universiteit, toch?

‘Ook Wageningen Research staat er financieel goed voor. De reserves van de instituten zijn op peil en daarom kunnen we dit jaar in herstelplannen investeren. Dan doel ik niet alleen op het krimpplan van Wageningen Environmental Research van honderd personeelsplaatsen, maar ook bijvoorbeeld op extra investeringen in datamanagement bij Wageningen Economic Research. Vrijwel alle instituten zijn de afgelopen jaren gekrompen, maar we hebben gelukkig ook gespaard om te kunnen investeren in vernieuwing.

Ik ben er trots op dat we sinds de grote bezuinigingsoperatie Focus, die het gevolg was van achterstallig onderhoud, geen drastische ingrepen meer hebben moeten uitvoeren. We hebben alleen her en der kleinere reorganisaties en organisatieaanpassingen gehad. Je moet ervoor zorgen dat je de markt kent en vervolgens de organisatie voortdurend aanpassen aan de omgeving; de problemen voor zijn is uiteindelijk ook veel socialer naar je medewerkers toe.’

Hoe doe je dat, de problemen voor zijn?

‘Daarvoor moet je goed de vinger aan de pols houden. Na mijn komst hebben we een goede planning and control-cyclus ontwikkeld, waardoor we tien keer per jaar een tussenstand krijgen van de opdrachten, productiviteit en financiën van de kenniseenheden. Daarbij is de financiële informatievoorziening zodanig gesystematiseerd en geautomatiseerd dat we snel een betrouwbaar overzicht krijgen, zodat we tijdig kunnen bijsturen.’

We horen dat je niet van verrassingen houdt.

‘Dat klopt. Een verrassing betekent dat er iets gebeurt wat je niet hebt zien aankomen, je hebt iets gemist en dat zet je op achterstand. Idealiter moet je alle relevante trends kennen, zodat je er snel op kunt inspelen. We hebben de afgelopen jaren een grote ontwikkeling doorgemaakt, van het registreren van data naar het maken van toekomstgerichte risicoanalyses, scenario’s en toekomstprojecties. Dat heeft ons erg geholpen om WUR op koers te houden.’

Er is veel praktijkonderzoek gefuseerd. Heeft dat nog toekomst?

‘Ik heb inderdaad een enorme concentratieslag meegemaakt in het dierlijk praktijkonderzoek. Zo zijn vier proefbedrijven voor de melkveehouderij geconcentreerd op Dairy Campus in Leeuwarden. Er is nog één proefbedrijf voor de varkenshouderij over en het praktijkcentrum voor pluimveeonderzoek is zelfs gestopt bij gebrek aan opdrachten. Wat niet heeft geholpen, is dat de productschappen in de landbouw zijn opgeheven en er geen goed georganiseerd onderzoek voor in de plaats is gekomen. Onze praktijkcentra hebben alleen toekomst als ze deel uitmaken van een innovatiecluster, denk ik. In Leeuwarden werkt WUR samen met hogeschool Van Hall Larenstein, PTC+ en zuivelbedrijven op een kenniscampus. De vraag is nu: lukt het in de varkenshouderij ook om zo’n kenniscampus met ons op te richten? We moeten de innovatieclusters in het toegepast onderzoek opnieuw vormgeven.’

Wel of geen Orion

De belangrijkste zichtbare nalatenschap van Breukink is zonder twijfel de Wageningse campus. Toen hij aantrad, was er al een campusplan en lag Forum op de tekentafel, maar Breukink heeft de campus gerealiseerd en verder uitgebouwd. Er kwam een tweede onderwijsgebouw, Orion, en de bouw van Helix werd versneld, waardoor 100 miljoen extra nodig was bovenop het bouwbudget van 200 miljoen euro. ‘Ik ben er trots op dat dit zonder externe financiering is gerealiseerd en dat we bovendien afgelopen januari de laatste banklening van voor die tijd hebben afgelost.’ Ook was in het oorspronkelijke plan niet voorzien dat de campus veel bedrijven zou herbergen. ‘Met de bedrijven in StartHub en Plus Ultra, met FrieslandCampina en met Unilever dat straks komt, kunnen we faciliteiten delen, samenwerken in onderzoek en onderwijs en bouwen aan de wereldwijde kennishub.’

Ik ben er trots op dat dit zonder externe financiering is gerealiseerd

De bouw van Orion was niet voorzien in de eerste plannen en leidde tot flinke discussies met de raad van toezicht, memoreert Breukink. ‘Toen we Orion besloten te bouwen in 2009, zaten we op zes- à zevenduizend studenten. Die konden we prima kwijt in Forum. Maar de prognose was dat we gingen groeien naar tienduizend studenten. Er waren echter ook stemmen die zeiden: niet doen, dit is een te groot risico. Maar we hebben toen een goede keuze gemaakt.’

Waarom dan nu geen derde onderwijsgebouw neerzetten, nu de studentengroei voortduurt?

‘Dat is niet te betalen. Zo’n gebouw kost al gauw 100 miljoen euro en moet veertig tot zestig jaar meegaan. De demografische prognose is dat de studentenaantallen over vijf jaar weer dalen. Los daarvan moeten we onze bestaande gebouwen veel beter gebruiken. Dat kan met ons voorstel voor een verlengd lesrooster. We zitten in een 24-uurseconomie en studenten verwachten dat onze faciliteiten ’s avonds open zijn. Als je dan kijkt hoe weinig uur per dag onze collegezalen bezet zijn, is dat niet meer van deze tijd en al helemaal niet duurzaam.’

Arboreta

Met de concentratie van WUR op de campus liet de universiteit ook gebouwen en terreinen achter in Wageningen. Breukink moest kijken of daar nog toekomst voor was. ‘Zo hebben we de arboreta een nieuwe toekomst gegeven. Arboretum De Dreijen is overgedaan aan Utopa, dat nu een prachtig beeldenmuseum in het park heeft gerealiseerd, en Belmonte is overgedragen aan een stichting die het park nu met vrijwilligers beheert. Bij die overgang was ik persoonlijk intensief betrokken. WUR bespaart nu zes ton per jaar aan onderhoudskosten, die we extra besteden aan onderwijs en onderzoek, en het Belmonte Arboterum heeft een nieuwe toekomst. Ik had ook een bord in de tuin kunnen zetten met ‘te koop’ en het kunnen verkopen aan de hoogste bieder, maar dit voelt beter.’

We hebben je weinig in de lokale pers gezien over de arboreta en ook over de bereikbaarheid. Ben je de onzichtbare man achter de schermen?

‘Ik ben minder zichtbaar dan mijn collega’s. Dat komt zowel door mijn portefeuilles als door mijn persoon. Ik hoef niet zo nodig op de bühne als het niet functioneel is; dat is voor mij geen doel op zich.’

Wise

De suggestie dat er veel ICT-projecten zijn mislukt bij WUR – denk aan studentinformatiesysteem WISE en projectinformatiesysteem Kameleon – leidt tot enige irritatie bij Breukink. Bedrijfsprocessen halen pas het nieuws als ze het niet goed doen, benadrukt hij. Weten wij bijvoorbeeld wel dat er de afgelopen jaren vele bedrijfsprocessen met succes zijn gestandaardiseerd en geautomatiseerd? ‘Denk bijvoorbeeld aan het elektronisch bestelsysteem, het salarissysteem en Agresso. De afgelopen jaren zijn er tientallen upgrades en implementaties per jaar geweest die ervoor hebben gezorgd dat het onderwijs en onderzoek effectief en efficiënt worden ondersteund.’

Genoteerd. Maar welke lering moeten we trekken uit de mislukte invoering van WISE?

‘We hebben ons te veel laten leiden door de bestaande onderwijspraktijk. We wilden het unieke Wageningse onderwijssysteem, met veel keuzevrijheid en -ruimte, ondersteunen met een standaard ICT-systeem. Dat is ons niet gelukt. Nu kijkt de commissie-Verreth naar de knelpunten. Ik verwacht dat er een pittige discussie komt waarin de universiteit keuzes moet maken in het onderwijs om te zorgen voor een goed functionerend onderwijsregistratiesysteem.’

Medewerkers denken vaak dat al die regels van de zesde verdieping van Atlas komen. Dat is niet zo

Wordt de bedrijfsvoering steeds complexer?

‘Beslist. En dat komt vooral door de toegenomen regelgeving. We moeten ons steeds meer verantwoorden. Denk aan de Wet werk en zekerheid, Participatiewet, aanbestedingswetgeving, privacywetgeving, regels voor nevenwerkzaamheden, Wet openbaarheid van bestuur, regels voor contrafinanciering, vennootschapsbelasting, btw-wetgeving – je kunt het zo gek niet bedenken. Het is een enorme brij en het leidt tot bureaucratische ballast. En de accountant controleert alles naar de letter van de wet, bang als ze is voor repercussies door de toezichthouder. We proberen de overhead bij WUR beperkt te houden, maar door de doorgeschoten regelgeving zie je de overhead onmiskenbaar oplopen.

Tijs Breukink GA--20170619-752_2780.jpg

Dit komt voort uit de maatschappelijke roep om transparantie en verantwoording, maar eigenlijk is het een groot wantrouwen naar het handelen van mensen in ons soort organisaties. Een wantrouwen dat zich vertaalt in gedetailleerde regeltjes om grip te krijgen op de besteding van al dan niet publiek geld. Vaak hebben medewerkers het idee: die regels komen van de zesde verdieping in Atlas. Nee, meestal komen die regels van de overheid en wij moeten ze invoeren en vertalen om geen sancties opgelegd te krijgen.’

En jij moest je persoonlijk verantwoorden voor je hoge salaris. Hoe heb je dat beleefd?

‘Die discussie vond ik niet fijn. Vóór WUR werkte ik bij Arcadis. Voor het geld heb ik deze baan bij WUR niet gekozen. Ik heb een prima salaris, maar na enkele jaren ontstond er een nieuw frame over universiteitsbestuurders: het zijn graaiers. Ik werd in de publieke opinie bejegend als een halve crimineel, dat was echt niet leuk. Het vreemde was: mijn salaris ging omlaag, maar het maatschappelijke oordeel over dat salaris werd steeds negatiever.’

Wat ga je nu doen?

‘Dat weet ik nog niet. Er is nog niets op mijn pad gekomen en door alle drukte ben ik nog onvoldoende met mijn vervolgcarrière bezig geweest. Ik sta wel open voor iets nieuws.’


Afscheid Tijs Breukink

Bestuurslid Tijs Breukink neemt op 5 juli officieel afscheid van WUR. De afscheidsbijeenkomst vindt plaats in Orion vanaf 15.30 uur. Op het programma staan toespraken van onder meer Geert van Rumund, burgemeester van Wageningen, Cees van der Knaap, voorzitter van Foodvalley, en Loek Dijkman, oprichter van Stichting Utopa en beeldengalerij Het Depot. Aanmelden kan nog via wur.nl.


Re:ageer